Je was erbij > Overzicht

Minister Bourgeois op bezoek - Wervik - 03/06/2010

Vlaams viceminister-president Geert Bourgeois bracht op donderdag 3 juni een werkbezoek aan de stad Wervik. Hij besprak tijdens een vergadering met het stadsbestuur enkele actuele dossiers in het kader van zijn bevoegdheden Toerisme en Onroerend Erfgoed o.m. de herdenking van de eerste wereldoorlog in de Westhoek, het agrarisch erfgoed, de trekkerscamping op de Balokken en het cultuurhistorisch beleid van de stad.

Tijdens de werkvergadering, bespreking van de thema's:

A. Herdenking van de eerste wereldoorlog in de Westhoek (2014-2018): organisatie van een tentoonstelling rond het grafische werk van Max Beckmann

Situering

Terecht worden door de lokale, regionale, provinciale en nationale overheden grote inspanningen geleverd om de herdenking van 100 jaar Grooten Oorlog niet onopgemerkt te laten voorbijgaan. Een studie van Westtoer, opgemaakt in opdracht van de Vlaamse minister van Toerisme, heeft aangetoond dat ook op het vlak van het toerisme deze herdenking belangrijke repercussies kan hebben.

Op het vlak van de (cultuurtoeristische) infrastructuur werden vijf hefboomprojecten opgestart die aan de toeristische opwaardering van de herdenking de nodige impulsen moeten geven in de Westhoek. Ook een aantal supplementaire projecten werden reeds expliciet in de plannen meegenomen (we denken aan de figuur van Käthe Kolwitz, aan een aantal militaire begraafplaatsen enz.). Op diverse bijeenkomsten en startmomenten werd geopperd om naast deze primaire blikvangers ook de "periferie" niet te vergeten (bvb. Unizo-startmoment in Poperinge rond de herdenking).

Heel wat steden en gemeenten die niet tot de klassieke Westhoekconfiguratie (met betrekking tot de herdenking) behoren, zijn bang om volledig uit het toeristische oogpunt te verdwijnen. Heel speciale aandacht zou moeten gaan naar die steden en gemeenten (gebieden) die eveneens aan het front gelegen waren, maar door specifieke omstandigheden die soms het historische verleden geweld aandoen, door de beslissers omtrent 2014-2018 over het hoofd gezien worden (omdat ze aan de "Duitse" kant gelegen waren, of omdat op dit moment geen specifieke "blikvangers" aanwezig zijn die aandacht vragen van een ruim publiek of gedragen worden door een sterk uitgebouwde en financieel sterk ondersteunde structuur). We denken hierbij aan een aantal musea. Wervik is daar een exemplarisch voorbeeld van : gelegen op de frontlijn van 1914-1918, 4 jaar in Duitse handen, belangrijke laatste logistieke halte voor de looppgraven… De kans bestaat dat vanaf 2012 (opening vernieuwd museum In Flanders Fields) de toeristische mobiliteit de stad zal passeren recht naar de buren: zie grote investeringen in Zonnebeke, maar bvb. ook door de Région wallonne in Komen-Waasten voor de site Ploegsteert rond het Centre d'Interprétation 1914-1918. Liever misschien een toeristische dienst hebben in Harelbeke of Anzegem, dan één recht op de herdenkingsgrens in het komende decennium ?

Vraagstelling

De specifieke vraag van de stad Wervik richt zich op de volgende fase, namelijk de evenementencyclus rond de herdenking.

Het Programmasecretariaat in Esenkasteel onder leiding van Stephen Lodewyck, Vlaanderen Internationaal en andere instanties vragen nu om input. Graag zouden we in het jaar 2015 in Wervik een tentoonstelling willen organiseren rond het grafische werk (etsen voornamelijk) van de Duitse expressionistische kunstschilder Max Beckmann (1884-1950).

Van februari tot en met juni 1915 verbleef Beckmann in Wervik als vrijwilliger in het Duitse Rode Kruis. In zijn Briefe im Krige uit 1915/1916 publiceerde hij tal van brieven die hij vanuit Wervik naar zijn toenmalige vrouw opstuurde. Hij beschrijft er op een levendige wijze het leven in Wervik en zijn groeiende afkeer tegen geweld en nutteloze oorlogen. In juni 1915 krijgt hij een (zenuw)inzinking en verlaat het front. Zijn kennismaking met de oorlog heeft ongetwijfeld zijn verdere kunstenaarscarrière zeer sterk beïnvloed. Terwijl hij in Wervik was heeft hij een kleine 200 (vooral) pentekeningen gemaakt : vooral van gewonde en dode Duitse soldaten, maar ook van gewone Wervikanen die hij er heeft ontmoet en van oorlogslandschappen in Kortrijk, Oostende, Rijsel, Geluveld, Komen-Waasten enz.. Een groot deel van die pentekeningen zijn bewaard gebleven. Als herdenking aan het feit dat hij in Wervik was in 1915 zouden we graag in 2015 een tentoonstelling organiseren in onze gemeente met een overzicht van die pentekeningen die hij toen heeft gemaakt. De organisatie van een dergelijke tentoonstelling heeft, voor een stad als Wervik, weliswaar een financieel en logistiek kaartje.

  1. Max Beckmann (1884-1950) is waarschijnlijk de bekendste Duitse kunstschilder geworden uit de 20ste eeuw. Zijn werken (vooral schilderijen) zijn dan ook zeer dure kunststukken. Hoge Verzekeringswaarde en enkel uitgeleend onder deskundige begeleiding ter plekke.
  2. Zijn pentekeningen uit zijn Wervikse periode zijn redelijk verspreid over verschillende musea (vooral in Duitsland: van München, over Hamburg, Mannheim, Stuttgart tot Strasbourg enz.) De transportkosten zullen hoog oplopen.
  3. Bewaring van de tekeningen. Zaal waar de tekeningen zullen worden tentoongesteld zal moeten operationeel gemaakt worden voor tentoonstelling.
  4. Publiciteitskanalen en marketingondersteuning rond zo'n belangrijke tentoonstellingen kan enkel via steun van hogere overheden.

Na rondvraag bij o.a. mensen van het In Flanders Fieldsmuseum en van het Gentse Museum voor Schone Kunsten (waar onlangs een kleine tentoonstelling plaats vond rond grafisch werk van Beckmann) : die bevoegde mensen stuurden ons aan om dit project verder uit te werken en vonden het een interessant project.

Zonder de steun van de hoger overheid, (ontleningen van die tekeningen, financiële ondersteuning, …), is een dergelijke organisatie bijna niet haalbaar voor Wervik. Toch is dit een unieke kans (eenmalige mogelijkheid) om de werken van de belangrijkste Duitse schilder uit de 20ste eeuw te confronteren met de plaats waar hij effectief die werken heeft getekend.

We vragen aan de Minister om dit project in het kader van de herdenking 2014-2018 te willen ondersteunen en op te nemen bij de evenementen.

  • Belang dat de hogere overheden (o.a. voor de ontlening) hun medewerking effectief verlenen.
  • Financiële bijdrage om de werken te kunnen overbrengen en onder de beste omstandigheden te kunnen tonen.
  • Logistieke steun: wetenschappelijk medewerker die gedurende een jaar een aantal wetenschappelijke elementen zou kunnen uitwerken rond deze tentoonstelling.

Antwoord

Het huidig regeerakkoord stelt dat de Vlaamse regering rond ' 100 jaar Groote Oorlog' initiatieven zal nemen en ondersteunen die inspelen op de eeuwherdenking van de Eerste Wereldoorlog specifiek in de frontstreek. Daarom heeft de Vlaamse regering als ambitie om een humanitair en internationaal gericht project en tegelijkertijd een uniek toerismeproject op te zetten. Zowel in de beleidsnota Onroerend Erfgoed als in de beleidsnota Toerisme besteden we extra aandacht aan deze herdenking. Zo stelt de beleidsnota Toerisme: "100 jaar Groote Oorlog 2014-2018" is in de eerste plaats een moment van herdenking en bezinning rond het vredesthema. Een herdenkingsproject rond '100 jaar Groote Oorlog' biedt kansen om Vlaanderen internationale zichtbaarheid te geven met het vredesthema, maar ook om het vredestoerisme en het oorlogserfgoed in de Westhoek verder te ontwikkelen. Het is de uitgelezen kans om het oorlogserfgoed blijvend te herinneren en te bewaren voor toekomstige generaties"

Deze herdenking zal als een topevenement in Vlaanderen en in de wereld uitgespeeld worden, maar zal weliswaar op een serene wijze gebeuren. De concrete programmatie van activiteiten naar aanleiding van de herdenking van honderd jaar Wereldoorlog I moet ertoe leiden dat:

  • de naam Vlaanderen internationale zichtbaarheid verkrijgt en duurzaam verbonden wordt met het vredesthema;
  • de huidige en toekomstige generaties in Vlaanderen bewust gemaakt en gesensibiliseerd worden rond thema's zoals verdraagzaamheid, interculturele dialoog en internationale verstandhouding met het oog op een open en tolerante samenleving en een actieve internationale oriëntatie.
  • het vredestoerisme in (West)Vlaanderen aanzienlijk toeneemt.

De vraag rond een ondersteuning inzake ontlening, moet van naderbij bekeken worden. In hoeverre kan de Vlaamse overheid hierin immers facilitair optreden. Op dit moment wordt gewerkt aan een algemene visienota rond het evenementenbeleid in het raam van de " herdenking". Het is de bedoeling om een plan van aanpak uit te werken voor het maken van een structuur voor een overzichtelijk evenementenaanbod. Dit moet leiden tot een ruime evenementenkalender over de periode 2014-18 in samenwerking met andere beleidsdomeinen. Daarnaast is het de bedoeling om dit evenementenbeleid samen te vatten in één duidelijke boodschap die als het ware ' de rode draad' zal vormen tijdens de herdenkingsperiode. Tenslotte zal het product geconsolideerd worden door de opmaak van een toetsingskader met criteria waaraan evenementen zullen moeten voldoen om voor ondersteuning in aanmerking te komen.

Het is evenwel duidelijk dat Vlaanderen louter lokale initiatieven niet zal kunnen betoelagen. Wij rekenen daarvoor op het lokale niveau om dergelijke projecten te ondersteunen. Dergelijke projecten vallen buiten de scope van zaken die een aantrekkingskracht hebben over heel Vlaanderen en op internationaal vlak. Ik wil daarmee niet zeggen dat lokale vzw's of verenigingen of de steden of gemeenten geen financiële ondersteuning kunnen krijgen, maar dan zullen de projectvoorstellen moeten beantwoorden aan de internationale en toeristische normen die zullen uitgewerkt worden in het raam van bovenvermeld financieel toetsingskader. Wervik zal dus bijgevolg moeten kunnen aantonen dat het om een internationaal en toeristisch aantrekkelijk project gaat, wat ongetwijfeld zo is, en zal, liever vroeger dan laat, een goed onderbouwd dossier moeten indienen bij de projectcoördinator.

De vraag voor logistieke steun, met name de financiering van een wetenschappelijke medewerker, kan onderzocht worden in het raam van een tewerkstellingsproject vanuit Toerisme Vlaanderen. Wervik zal via Toerisme Vlaanderen of Westtoer een aanvraag moeten indienen voor de subsidiëring van een medewerker. Dit budget zal eventueel kunnen komen van het toeristisch tewerkstellingsbudget of het evenementieel budget.

B. Agrarisch erfgoed (Tabakspatrimonium)

Situering

De laatste jaren worden grote inspanningen gedaan om het Vlaamse agrarische erfgoed te inventariseren en te bewaren en om het in de toekomst voor het publiek beter te kunnen ontsluiten. Musea in West-Vlaanderen bewaren meestal roerend erfgoed rond het agrarische leven. Maar in het kader van de beleving en van het opengooien van de deuren van de musea worden meer en meer pogingen ondernomen om roerend en onroerend erfgoed rond bepaalde thema's beter te koppelen en aan de bezoekers open te stellen. Daarvoor dient het onroerend agrarisch patrimonium wel degelijk te worden behouden, bewaard en goed beheerd.

Dat Wervik de Tabaksstad van België was en is, leerden we allemaal wel ooit op school. Iedere Wervikaan (en ook inwoners van andere grote delen van de provincie, want de term Werviksche toebak gaat veel ruimer dan de stad Wervik alleen) heeft tijdens de zomermaanden ongetwijfeld nog tabak genaaid.

Intussen is de tabaksteelt in België sterk teruggevallen. Slechts een 50 boeren (waarvan 95 % in de Wervikse regio) verbouwen nog tabak. De tabaksteelt is in België (waarschijnlijk) aan zijn laatste decennium toe (in tegenstelling tot de tabaksverwerking waar nog een aantal bloeiende bedrijven werkzaam zijn). De publieke opinie, de vernieuwde aanpak van het subsidiebeleid op Europees vlak, de kwestie van vraag en aanbod (andere tabakken dan de onze) enz. zijn evenveel redenen die naar alle waarschijnlijk een einde zullen maken aan de tabaksteeltcultuur in Wervik.

Dit heeft ook zijdelings gevolgen voor het toerisme in de regio. Vroeger kwamen heel wat toeristen een kijkje nemen te lande naar de tabaksaanplantingen via georganiseerde uitstappen, maar ook via de fiets (denken we maar aan de Tabaksfietsroute), bezoeken aan artisanale tabakskerverijen werden ook georganiseerd enz. Nu moet je al geluk hebben om nog in de zomer een tabaksveld gade te slaan. Iedere boer, in Zuid-West-Vlaanderen, heeft echter nog wel op zijn boerderij een tabakast staan. Je kan er niet naast kijken. Meestal staan die er wel wat verweesd bij en worden ze voor andere doeleinden (depotplaats, garage) gebruikt.

Het zijn de Wervikanen die het gebruik van asten voor tabaksdoeleinden voor het eerst hebben geïntroduceerd in België in het jaar 1937. Er bestaan verschillende types die elk verwijzen naar een periode in de tabaksgeschiedenis van de regio. Ook de tabakstellingen zijn verloren gegaan. Vroeger werden die met houten palen nog ieder jaar gezet (nu zijn het meestal stellingen die heel het jaar blijven staan en ook voor andere teelten gebruikt worden). Dit is geen spectaculair erfgoed, maar we voelen dat het nu of nooit is om het te bewaren en vooral later nog voor bezoekers te kunnen ontsluiten. Hiernaast, maar dit is ruimer dan de tabaksproblematiek, en niet zozeer enkel een Werviks probleem : het verloren gaan van de echte tabakswinkel in Vlaanderen is ook een bijna afgerond gegeven. Winkelstructuren, de typische kenmerken van die tabakswinkeltjes, zijn uit het stadsbeeld verdwenen en met hen ook dit specifieke (winkel)patrimonium. Ook de oude tabakskerverijen (bvb. her en der rond het Heuvelland) zijn volledig verdwenen en het wordt moeilijker om dit tijdsbeeld nog op één of andere wervende wijze aan onze jongeren te kunnen tonen.

Vraagstelling

In het kader van een Europees project "De Leiestreek: van bron tot monding" is voorzien in het verwerven door de stad van een tabaksast. Het ware interessant dat naast het verwerven van een ast, de nodige mogelijkheden zouden kunnen worden uitgewerkt om deze ast voor het publiek te kunnen inschakelen (binnen o.a. bezoeken aan het Tabaksmuseum van Wervik).

In dit kader zoeken we ook naar mogelijkheden om in de onmiddellijke omgeving van het Tabaksmuseum een oude tabaksstelling te kunnen neerpoten (met de diverse fasen, ontbreekt nu in het museum): mensen meer laten zien hoe de fasen (oogsten, drogen enz.) geschieden (zal niet meer in België en West-Europa mogelijk zijn om dit nog te zien). Dit vraagt heel wat voorafgaandelijk onderzoekswerk en een goed verhaal plan. Steun wordt gevraagd om dit te kunnen uitwerken, in combinatie met het volgende.

Zou het mogelijk zijn, naar verdere inventarisatie in West-Vlaanderen van het tabakspatrimonium, dat misschien in samenwerking met Centrum voor Agrarische Geschiedenis (Leuven) een wetenschappelijk medewerker met het Tabaksmuseum samenwerkt om in één jaar alle asten (meer dan 150 die we nu al weten liggen) te inventariseren, naar periode toe, naar ligging, naar hedendaags gebruik.. en een vijftigtal interviews op te nemen van planters ? Daarna kijken wat hiervan kan worden ingeschakeld in de publiekswerking van het Tabaksmuseum en naar sensibilisatieactiviteiten (ruimer over gans West-Vlaanderen).

Antwoord

De inventarisatie is in handen van het VIOE, het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed. Zij beschrijven, inventariseren, en geven beschermingswaardige elementen mee aan het Agentschap Ruimte en Erfgoed. Meer bepaald is het dhr. Frank Becuwe die zich bezig houdt met de inventarisatie van het industrieel archeologisch erfgoed. Momenteel is hij bezig met de inventarisatie van de mouterijen. Op zijn agenda (wellicht met aanvang in 2011) staat tevens de inventarisatie van de asten, zij het dan wel in het algemeen (dus ook cichorei-asten, tabaksasten, fruitasten, …) Wervik zal hier dus ook onder vallen. Het Agentschap engageert zich echter niet om dit volgend jaar, in één jaar, alleen voor Wervik te doen. De tabaksasten in Wervik zullen dus onder de algemene inventarisatie van de asten vallen. Zij engageren zich wel om die inventaris eind 2012 klaar te hebben. Een wetenschappelijk medewerker uitlenen, specifiek voor dit project, zal echter niet lukken. De oral history, zoals bijvoorbeeld die interviews, is eerder een taak voor het Centrum voor Agrarische Geschiedenis (bevoegdheid van minister Joke Schauvliege, bevoegd voor cultuur).

C. Trekkerscamping op eiland De Balokken in Wervik

Situering

In het Strategisch Beleidsplan Toerisme en Recreatie van de Leiestreek is voorzien in de inplanting van een camping op het Wervikse eilandje De Balokken. Het gebrek aan campingmogelijkheden in de regio is, volgens de deskundigen uit de toeristische wereld, groot. Ook Toerisme Vlaanderen heeft zich al uitgesproken om op het eilandje de uitbouw van een camping te ondersteunen. Het project werd opgenomen binnen een Europees Interreg IV- project.
De uitbouw van een camping op het recreatief eilandje is een niet zo gemakkelijke opgave. De grond is er eigendom van het Agentschap Bos & Groen dat voor het gehele eilandje ook eigen prioriteiten stelt. Verder is de uitbouw van de camping ook gekoppeld aan de exploitatie ervan en aan een globale visie op het toerisme langs de Leie in Wervik.

Binnen het Europees Project "De Leiestreek: van bron tot monding" is een luikje ingeschreven (circa €140.000) voor de uitbouw van een trekkerscamping. Wat houdt dit in ?

  • Een kampeerautoterrein - comfortclassificatie basic.
  • Een minicamping met 5 kampeerplaatsen voor kortkampeerders en 10 plaatsen op een tentenweide (comfortclassificatie 1 ster)

Gezien de ligging en de mogelijkheden ter plekke wordt geopteerd voor een trekkerscamping, dus geen verblijfplaatsen.

Vraagstelling

Het project zit vervat in het Europese project dat op 31 december 2011 ten einde loopt (mogelijks verlenging, maar verre van zeker). De uitwerking heeft vertragingen opgelopen omdat o.a. eerst voor het eiland een aantal andere mogelijke pistes bewandeld werden, maar die werden dan na een onderzoek via een studiebureau als financieel onhaalbaar weggelaten. Nu zal in de komende weken een bureau worden aangesteld dat o.a. voor de camping een schets op schaal zal moeten opmaken. Met die gegevens kunnen we dan bij Toerisme Vlaanderen aankloppen om een subsidie aan te vragen voor de uitbouw van deze logiesvorm.

Graag zouden we van de minister willen weten of we dit jaar nog een subsidie kunnen indienen bij Toerisme Vlaanderen op basis van het Kampeerpremiebesluit. We hebben een afschrift ontvangen van de minister waarop hij aan de heer de Bethune, voorzitter van Toerisme Leiestreek vzw. aangeeft dat bij wijze van overgangsmaatregel de premieregeling niet vervalt per 1 januari 2010. De problematiek van de trekkerscamping van Wervik is evenwel dat hij maar pas in 2011 (bvb. in fasering : bvb. eerst autokampeerterrein) zal gerealiseerd worden. Hoe kunnen we zekerheid verwerven dat Toerisme Vlaanderen het project dat zal lopen van september 2009 tot begin 2012 zal kunnen ondersteunen op basis van de vigerende overgangsmaatregel ? Voor de stad Wervik is de ondersteuning van Toerisme Vlaanderen (niet enkel financieel) van primordiaal belang om dit dossier tot een goed einde te brengen en binnen de gestelde termijnen te kunnen uitvoeren.

Antwoord

Het kampeerpremiebesluit werd inderdaad verlengd. Zolang er geen nieuw besluit is, blijft deze (oude) regeling van kracht. Wij raden natuurlijk aan om zo spoedig mogelijk de premie aan te vragen bij Toerisme Vlaanderen.
Na de aanvraag mogen de werken twee jaar duren, dus dat is geen enkel probleem qua timing.

D. Archeologie - speerpunten binnen het cultuurhistorisch beleid van de stad Wervik

Situering

De Stad Wervik staat vooral bekend om zijn tabaksverleden. Het is dan ook niet te verwonderen dat het stadsbestuur resoluut kiest om dit verleden op een attractieve en educatieve manier te presenteren aan onze inwoners en de vele bezoekers. Het Tabaksmuseum levert op dit vlak schitterend werk.

De stad Wervik is een belangrijke historische stad, met een rijk Gallo-Romeins verleden, een bloeiende lakennijverheid tijdens de late middeleeuwen, verschillende godsdiensttroebelen, met de scheiding van de stad door het Verdrag van Utrecht (Oostenrijkse Nederlanden en Frankrijk) en een woelige Eerste Wereldoorlog. De rivier de Leie speelde in al deze periodes een niet te onderschatten rol.

Het stadsbestuur koos er tijdens deze legislatuur voor om 2 belangrijke periodes verder uit te werken. Enerzijds krijgt het Duitse verhaal van de Eerste Wereldoorlog de nodige aandacht en anderzijds willen we inzetten op het Gallo-Romeins verleden van onze stad.
We beseffen ten volle dat het verhaal van ons Gallo-Romeinse verleden vertellen niet evident is. Op de Peutingerkaart, een belangrijke kopie van een Romeinse wegenkaart, staan twee Vlaamse steden vermeld, nl. Tongeren en Wervik. Dit toont zonder enige twijfel het belang van deze twee steden aan tijdens de eerste eeuwen van onze jaartelling. Maar anders dan Tongeren kunnen wij nog niet uitpakken met zichtbare overblijfselen als vestingmuren. In Wervik gebruikten de Romeinen voornamelijk de Leie en verschillende beken als verdedigingsgordel.

De grond in het centrum van Wervik bulkt nochtans van archeologie. Telkens als er graafwerken uitgevoerd worden in het oude centrum worden Romeinse en middeleeuwse artefacten boven gehaald. Natuurlijk gaat ook heel wat verloren. Daarom wil de stad Wervik een actief archeologiebeleid voeren. Zo werd een aantal jaar terug contact opgenomen met Ruimtelijke Ordening, dienst Archeologie van de Vlaamse Gemeenschap. In nauwe samenwerking werd een werkgroep opgericht die nauwlettend toeziet op graafwerken in de stad en de goede bewaring van het materiaal nastreeft.

In dit actief beleid heeft de stad de ambitie om een rode zone te creëren. In die zone wil ze het nodige archeologische onderzoek op een wettelijke en duidelijke manier (laten) uitvoeren, bij graafwerken van zowel publieke als private actoren. Het doel is het 'ondergrondse' verleden in kaart te brengen en dit onderzoek in te zetten bij de ontwikkeling van het toeristisch beleid van onze stad.

Vraagstelling

Natuurlijk kost een dergelijk beleid handenvol geld. Alle kosten laten dragen door de bevolking is niet haalbaar en ook de stad blijkt niet in de mogelijkheid om de nodige financiële middelen te voorzien. Dit ondervonden we tijdens het voorbije jaar. In 2009 werd, naar aanleiding van de inplanting van een nieuwe sportsite, in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed, een grootschalig archeologisch onderzoek uitgevoerd. Gedurende 9 maanden werd een deel van het 5 ha grote terrein onderzocht door verschillende archeologen. Heel wat materiaal werd boven gehaald en wordt momenteel onderzocht. Naast het wetenschappelijk onderzoek hebben we met de diensten Toerisme en Cultuur een uitgebreide publiekswerking opgezet, met lezingen, trefdagen, erfgoedwandelingen, ...

Het archeologisch onderzoek alleen kostte de stad € 149.639,42. U kunt ten volle begrijpen dat dit voor een stad van 18.000 inwoners een grote financiële inspanning vraagt. Desalniettemin willen we blijven inzetten op dit speerpunt. We willen niet dat het archeologisch verhaal op de container verdwijnt maar wel dat we het kunnen inzetten om ons toeristisch potentieel uit te breiden. Met een duidelijk Vlaams beleid rond archeologisch onderzoek en, hieraan gekoppeld, de nodige financiële input vanuit Vlaanderen moet onze archeologiebeleid een haalbare kaart zijn.

Antwoord

We beseffen dat dit voor zo'n kleine stad een zware financiële inspanning is en we willen dit vanuit het VIOE (Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed) natuurlijk graag ondersteunen, maar kunnen en mogen dit niet zonder de kosten die we hierin steken ook effectief aan te rekenen. Op vandaag bestaat echter geen premie voor archeologisch onderzoek. Men werkt nog volgens het veroorzakersprincipe: wie archeologische grond verstoort, draait op voor de kosten. Wel werken we momenteel aan een kader (in het nieuwe onroerend erfgoeddecreet) om een solidariteitsfonds op te richten (dit zal wellicht niet opgestart zijn in de eerste twee jaar), zodat ook andere partijen, zoals de bouwsector mee delen in de kosten, en deze op die manier draaglijk worden. Een premie voor archeologisch onderzoek kan enkel in het kader van een restauratie van beschermd erfgoed.

E. Meegroeiwonen te Wervik/Geluwe

Situering en vraagstelling

De stad Wervik heeft de uitdrukkelijke wens om een actief en duurzaam woonbeleid te voeren in functie van de met de vergrijzing gepaard gaande veranderende maatschappelijke behoeften. Demografische tendensen - ontgroening, vergrijzing en gezinsverdunning - vragen een geïntegreerde visie op wonen, zorg en welzijn en een kwaliteitsvolle ruimtelijke planning op lange termijn. Anticiperend op de specifieke behoeften van verschillende doelgroepen wil de stad Wervik in het woonuitbreidingsgebied Wervikstraat te Geluwe een 'meegroeibuurt' ontwikkelen, waarbij optimale omstandigheden worden gecreëerd voor levenslang wonen, of meegroeiwonen. Daarnaast is er de nood aan een gedeeltelijke herinrichting van het centrum, in functie van de groeiende sociale en culturele behoeften van de inwoners. De bestaande infrastructuur is verouderd, te klein, overvraagd en voldoet niet langer aan de specifieke behoeften van de functies die er worden uitgeoefend. Geluwe heeft nood aan een polyvalente culturele ruimte waar verenigingsinitiatieven zich kunnen ontplooien en waar kleinschalige professionele culturele projecten kunnen opgezet worden.

Om te voorzien in de behoefte, voorziet de stad Wervik in het masterplan voor het centrum van Geluwe om op het dorpsplein drie functies te combineren:

  1. een dienstencentrum met hobbyruimte, ruimte voor medische consultatie en een aantal burelen;
  2. een gemeenschapscentrum met o.a. een polyvalente muziek- en theaterruimte met foyer en ruimte voor de tekenacademie;
  3. voor het OCMW Wervik een woonzorgcentrum.

Tenslotte zullen beide initiatieven fysiek met elkaar worden verbonden door uitbreiding van de bestaande sportaccommodatie, de herinrichting van de bestaande busstelplaats, het doortrekken van de groene elementen (park) en het opwaarderen van de stokbeek. De groene as met recreatieve waarde die zo ontstaat verbindt alle elementen tot één functioneel samenhangend geheel. De realisatie van het project zal de leefbaarheid in de kern van het buitengebied verhogen en versterkt daarmee de kwaliteit en de structuur van het buitengebied.

Planologische context:

  • Het Gewestplan: Volgens het gewestplan is de huidige bestemming bepaald als woonuitbreidingsgebied. Hierdoor is een ontwikkeling van groepswoningbouw mogelijk door overheid en/of privé. Een gedeelte van het woonuitbreidingsgebied is in het verleden reeds aangesneden.
  • Het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan: Geluwe is opgenomen als herlocalisatiehoofddorp met als rol 'ondersteunend voor wonen en werken in het buitengebied en met een locale verzorgende rol'.
  • Het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan: In het GRS vinden we over de site volgende relevante passages terug: Het richtinggevend deel geeft als eerste conceptelement weer dat Geluwe wordt versterkt als woonomgeving. Er wordt een actief woonbeleid gevoerd op het vlak van de ontwikkeling van nieuwe wooneenheden in Geluwe. Inbreidingsmogelijkheden worden optimaal benut; in het andere geval wordt gezocht naar geschikte locaties aan de rand van het woonweefsel. Streefdoel is de ontwikkeling van een gedifferentieerd aanbod aan woonmogelijkheden gericht op verschillende doelgroepen. De verzorgende functie wordt versterkt door een bundeling op gemeentelijk niveau in Geluwe.

Woningen voor doelgroepen

Door de vergrijzing van de bevolking is er in toenemende mate nood aan aangepaste woningen voor ouderen. Deze worden bij voorkeur op wandelafstand van voorzieningen gelokaliseerd. Als actieprogramma wordt op gemeentelijk niveau gestreefd naar voldoende hoge dichtheid en een gedifferentieerde en passende invulling met diverse woningtypologieën. Een integratie in sociale huisvestingsprojecten is mogelijk, waaroor een menging gebeurt met andere woonvormen. Het voorzien van aangepaste woningen voor ouderen heeft als bijkomend voordeel dat bestaande woningen (die vaak te groot zijn voor bejaarden) versneld vrij komen voor andere doelgroepen.

Sportterreinen

In Geluwe zijn de sportterreinen en het speelterrein structurerend voor de recreatieve structuur. Voor de sportterreinen bestaat een uitbreidingsbehoefte. De recreatieve voorzieningen in Geluwe hebben een betekenis voor het dorp Geluwe. Bijkomende sportvoorzieningen in Geluwe worden geconcentreerd rond de bestaande sportterreinen.

De sportinfrastructuur in Geluwe krijgt tevens als lokaal recreatief element een aangepaste bestemming in een ruimtelijk uitvoeringsplan wat expliciet is opgenomen in het bindend deel van het GRS.

  • Het Woonplan stad Wervik: In het concreet actieprogramma van het recente woonbeleidsplan 2008-2013 wordt het te ontwikkelen RUP 'Wervikstraat' bevestigd waarbij verder wordt onderzocht om de huidige bestemming als woonuitbreidingsgebied om te zetten naar een gemeenschapszone die een invulling kan geven aan de toenemende vraag naar aangepaste woongelegenheden voor specifieke doelgroepen.

Voorbeeld- en signaalfunctie van het project:

  • De meegroeibuurt versterkt de gedeconcentreerde bundeling: De meegroeibuurt wordt gerealiseerd in het woonuitbreidingsgebied van Geluwe, aansluitend bij het historisch centrum en geïntegreerd met de bestaande sportinfrastructuur. De selectieve concentratie van het wonen en de bundeling van zorg- en dienstverlening, werkt als een vliegwiel voor de regio en zal als zodanig een stimulerende invloed hebben op de functies wonen en werken en op andere sociale, culturele en maatschappelijke functies, zonder daarbij evenwel de draagkracht van de regio te overschrijden.
  • Vooruitlopend op de actualisatie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, maar daarbij inherent tegemoetkomend aan de meest actuele visie op duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Differentiatie en verbetering van de woningvoorraad:
    " De meegroeibuurt heeft aandacht voor de sterk toenemende groep ouderen, met bijbehorende implicaties voor de woonbehoeften en -wensen (realisatie van een gedifferentieerd aanbod van wooneenheden, gaande van aangepaste of aanpasbare wooneenheden en assistentiewoningen tot zorgflats),
    Combinatie diversiteit aan woonvormen met een aangepast zorgaanbod om het zelfstandig wonen te ondersteunen.
    " Goede bereikbaarheid van zorg- en dienstverlening, evt. bundeling zorgaanbod aan diverse aangepaste en/of aanpasbare woonvormen (serviceflats, zorgflats, groepswonen); vermenging van de functies zorg en aangepast/aanpasbaar wonen.
    " Tegemoetkomend aan de toenemende verwachtingen ten aanzien van de aantrekkelijkheid van de woonomgeving.
  • Door de multi- en interdisciplinaire benadering van de functies wonen en werken in het buitengebied wordt eveneens op kwalitatief hoogstaande en duurzame wijze geanticipeerd op de gevolgen van andere maatschappelijke tendensen (gezinsverdunning: toename aantal alleenstaanden en eenoudergezinnen).
  • De realisatie van de meegroeibuurt zal de lokale economie stimuleren door creatie van banen in de zorg- en dienstensector.
  • De stad Wervik is de eerste gemeente in Vlaanderen waar men erin geslaagd is een woonzorgzone te ontwikkelen. Bij uitbreiding van de woonzorgzone naar de gemeente Geluwe, zal de meegroeibuurt de sturende en coördinerende rol van zorgkruispunt kunnen opnemen en daarmee blijvend elementen van welzijn, welbevinden en kwaliteit van de leefomgeving uitdragen en verankeren

Reeds aangegane/vastgelegde verbintenissen en genomen beslissingen

  • Stad Wervik:
    • in het kader van de regio-enveloppe van de WVI werd een masterplan opgesteld door het architectenbureau NoA voor het te voorziene programma binnen het centrum van Geluwe;
    • daarnaast heeft de stad Wervik, in samenwerking met Care for Life, het project ingediend in de oproep voor subsidiëring van strategische projecten in uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, onder de titel "Geluwe geschikt. Versterking van de kwaliteit van het buitengebied door de realisatie van een meegroeibuurt". Het principieel akkoord tot samenwerking werd genomen in de gemeenteraad dd 23/03/2009.
    • het studiebureau Grontmij Vlaanderen, met afdeling te Brugge, is aangesteld met betrekking tot de opmaak van een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP).
  • OCMW Wervik:
    • de Raad voor Maatschappelijk Welzijn heeft in zitting van 25 februari 2010 het document intentie tot samenwerking met AAA Care goedgekeurd. Ook het principieel akkoord tot samenwerking met AAA Care i.v.m. serviceflats, bejaardenwoningen, dienstencentra en woonzorgzone werd goedgekeurd.
  • Care for Life:
    • Detectie lokalisatie voor realisatie meegroeibuurt in ZW-Vlaanderen volgens conceptontwerp
    • Aftoetsen samenwerking met OCMW Wervik
    • Overleg met Schepencollege Wervik, afstemmen inplanting meegroeicampus met stad Wervik
    • Contacten met private eigenaars van potentiële gebieden
    • Aankoop domein Wervikstraat
    • Aanvraag voorafgaandelijke vergunningen zorgverlening

Antwoord: Stand van zaken dossier
=> bevoegdheid van minister Muyters

Hhet dossier is op bepaalde punten manifest strijdig met de structuurplannen, niet in het minst met het gemeentelijk structuurplan dat het gebied aanduidt als niet te ontwikkelen. Het project is integraal gelegen in woonuitbreidingsgebied. De mogelijkheden om dergelijke gebieden aan te snijden is sinds de inwerkingtreding van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het Decreet Grond- en Pandenbeleid versoepeld. Eén mogelijkheid bestaat er voor de aanvrager in om het principieel akkoord te verkrijgen van deputatie. Dat vereist wel dat het project zich kan inschrijven in het lokaal woonbeleid, zoals opgenomen in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan of andere beleidsdocumenten. Deze laatste piste zullen we verder ten gronde bekijken. Het kabinet Muyters onderzoekt dit dossier de komende weken en mikt op een standpuntinname rond 15.06.2010. Wij raden dan ook aan om voor deze datum een afspraak te maken met de Deputatie op het kabinet van minister Muyters, om het project te verdedigen.

Enkele voorbeelden:

  • Jullie organiseren of bezoeken een rommelmarkt, een tentoonstelling, ...
  • Jullie voeren een protestactie voor meer fietspaden in uw gemeente
  • Jullie bedrijf hield een opendeurdag
  • Jullie vereniging organiseert een groot evenement
  • Je grootmoeder wordt 100 jaar
  • Je huwt
  • Je ouders vieren hun huwelijksjubileum
  • Jullie krijgen een kindje of een tweeling
  • ...

Foto's en een korte begeleidende tekst kun je steeds doorsturen naar info@westhoek.be

Technische vereisten:

  • foto's: apart doorsturen in gif- of jpg-formaat (max. 400 pixels breed)
  • tekst : in je mailbericht of een Word-document

Foto's en teksten die niet voldoen aan deze voorwaarden zullen systematisch geweigerd worden.