Je was erbij > Overzicht

Voorstelling boek "Van Franschmans en Walenmannen" - Koekelare - 24/04/2008

Op donderdag 24 april 2008 was iedereen al vanaf 19u00 van harte welkom in het Fransmansmuseum in Koekelare. Daar kon iedereen immers een bezoekje wagen. Om 20u00 vond de boekvoorstelling plaats met een verwelkoming van schepen Tom Pollentier, schepen van toerisme, gevolgd door Dirk Demuynck, uitgever algemeen fonds en een panelgesprek met auteur Dirk Musschoot in gesprek met Joris De Jaeger (voormalig aalmoezenier seizoenarbeiders), Robert Goethals (voormalig gemeentesecretaris en mede-initiatiefnemer van het Fransmansmuseum) en de drie seizoensarbeiders, Cyriel Deseure, Lies Dekoninck en Albert Supeene.

In de Koekelaarse brouwerij greep op donderdag 24 april de voorstelling plaats van het boek:"Van Franschmans en Walenmannen" van de hand van Dirk Musschoot. Een boek over Vlaamse seizoensarbeiders in den vreemde in de 19de en 20ste eeuw. Er is enorm veel volk komen opdagen naar de Koekelaarse brouwerij die propvol zat met geïnteresseerden. De bietenmannen zijn uiteraard een uitstervend ras. Er resten er ons nog weinig en die moeten we dan ook ten volle koesteren...

De seizoensarbeiders wilden brood op de planken krijgen voor hun gezin. Vlaanderen was arm. Er heerste een grote werkloosheid, maar tal van mensen hadden ook echt honger... Mensen waren quasi verplicht om ergens inkomsten te gaan zoeken. Zo trokken ze naar het verre Frankrijk, maar ook naar Wallonië om in de bieten en het vlas te gaan werken. En waarom de voorstelling in Koekelare plaatsgrijpt, is voor een stuk evident... Koekelare wordt vaak de hoofdstad van de Fransmans genoemd... Ook al vinden vele bietenmannen dit een verkeerde term!

Een kleine selectie uit het eerste hoofdstuk van het boek van Dirk Musschoot. "België mocht dan wel het eerste land op het Europese continent zijn geweest dat de industriële revolutie doormaakte, die nieuwe economische activiteit zag je vooral opduiken waar er grondstoffen waren. Het zwarte goud in de provincies Limburg, Luik en Henegouwen gaf aanleiding tot de ontwikkeling van steenkoolmijnen, hoogovens, metaalfabrieken; het vlas van de Leiestreek deed in de streek rond Kortrijk de vlasindustrie ontstaan. Het grootste deel van Vlaanderen bleef in dit verhaal helemaal achter - wat zat er in onze bodem? Alleen Antwerpen kon zich dankzij zijn haven handhaven als internationaal distributiecentrum; Gent slaagde erin met zijn gemechaniseerde spinnerijen en weverijen het centrum te worden van de Belgische textielnijverheid. Veel verder dan dat kwamen we niet. Elders in Vlaanderen bleef men aan landbouw doen en wijdde men zich aan een nijverheid die je traditioneel ambachtelijk zou kunnen noemen: we maakten schoenen, borstels, kleren en klompen. Het waren sectoren waarvan een beetje vooruitziend mens wist: daarmee redden we het niet."

Voor de gelegenheid werd een speciaal panel gevormd uit voormalige bietenmannen die er in een mooi interview het beste van zichzelf gaven. Dirk Musschoot was een zeer aangename gastheer en werd onder andere ook hartelijk verwelkomd door schepen Tom Pollentier van toerisme Koekelare. Dirk Musschoot deed enorm zijn best, alhoewel pastoor Dejaegher toch steeds zijn speech diende in te korten. Enfin. Het "pasterke van de bietenmannen" ging dan maar wat vlugger spreken, tot groot jolijt van iedereen...

Verder lezen we nog in het boek van Musschoot:"Er was nog wel een toekomst voor die Vlaamse boer: overschakelen van akkerbouw naar tuinbouw, of beter nog: veeteelt. Groenten, fruit, vlees, zuivelproducten, dat was wat de markt wilde. Maar voor zo'n overschakeling had de boer een kapitaaltje nodig en dat geld had hij niet. Er waren nog problemen. Doordat de bevolking toenam, raakte de beschikbare landbouwgrond versnipperd, met als gevolg: nog maar eens minder opbrengsten voor de boer. Landbouwgrond werd schaars en daardoor duurder, waardoor steeds minder Vlaamse boertjes nog een stuk grond in eigendom konden hebben. Zelfs een lapje grond pachten werd voor veel boeren een onbetaalbare zaak." (...) "Seizoensarbeid heeft altijd bestaan. Altijd al waren er (groepen) mensen die zich als het moment daar was (meestal was dat in de oogstperiode), bij de boeren aanboden om het extra werk dat zich aandiende te helpen verzetten. Dat was ook geen typisch Vlaams fenomeen. Overal ter wereld gebeurde het, en het gebeurt vandaag nog steeds," aldus Dirk Musschoot in zijn zeer goed geschreven en gedocumenteerd boek. Hij mag er trots op zijn.

Dirk Musschoot: "West-Vlaanderen heeft verreweg het grootste aantal seizoensarbeiders gehad, met als belangrijkste kernen de buurgemeenten Koekelare en Ichtegem. In Oost-Vlaanderen kwamen de seizoensarbeiders vooral uit de Scheldevallei tussen Gent en Oudenaarde en uit de buurt van Heledergem..." De bietenmannen zijn in Koekelare een zeer gekend fenomeen. Tot voor enkele jaren organiseerde men nog een grote verbroedering tussen Koekelare en Livry-Louvercy. In het boek lezen we ook een en het ander over meester Jozef Bulcke van de vrije basisschool en Jozef Devlieger... Deze mensen hielpen de seizoensarbeiders met hun paperassen. Een gevaarlijke onderneming als je weet dat één van hun brieven werd onderschept door de Duitse bezetters. Na de tweede wereldoorlog kon geen enkele seizoensarbeider nog in het zwart werken... Wie dit wilde doen, moest zich daarvoor steeds melden en dit bij de werkbeurs...

De Bovekerkenaar Cyriel Deseure was afgelopen donderdagavond één van de eregasten op de voorstelling van het boek "Van Franschmans en Walenmannen" van Dirk Musschoot. De schrijver van dat boek heeft immers enkele pagina's aan het wedervaren van onze Bovekerkse Cyriel Deseure gewijd. Hij omschrijft Cyriel Deseure uit de Bovekerkse Noordstraat als een doorgewinterd seizoensarbeider. Met Cyriel Deseure hadden wij 's anderendaags een boeiend gesprek.

Doorgewinterd kan je eigenlijk wel zeggen, want Cyriel Deseure ging van 1937 tot 1965 als seizoensarbeider werken in het vlas, de bieten en cichorei. De titel van Franschmans en Walenmannen is wel degelijk op Cyriel Deseure van toepassing. Cyriel Deseure: "De laatste 4 jaar dat ik naar de bieten ben geweest, was in Wallonië. Ik herinner me dat goed. Het was op de baan van Halle naar Nijvel. Ik had er van verschoten dat de mentaliteit er zo aangenaam en goed was. Niettegenstaande dat de Walen achter waren op Frankrijk. Dat was een misvatting en daar hebben we het zo goed gesteld als in Frankrijk. Toen ik 15 jaar was, mocht ik mee met de grote mensen naar het vlas. Ik kon al redelijk goed vlasbundels binden. Ik wrochtte daarvoor al een jaar in het vlas in Kortemark bij de firma Deprez. Ik kende de materie dus goed. De ene mens leerde dat vlugger dan andere. Ik was één van de jongste mensen die mee was. Je weet hoe dat gaat. Jonge mensen onder elkaar willen wedijveren om alles zo vlug mogelijk klaar te krijgen. Het lastigste vooral was het vertrekken van mijn moeder die toen zwaar ziek was. Ze heeft voor mijn vertrek gezegd dat ze de 40 jaar niet zou halen. Dat is iets dat me toen niet losliet. Ik had enorm veel verdriet. Eigenlijk kon het ieder moment gebeuren. Soms ging ik wenen als ik alleen was, soms bij andere "couttenance" kon ik het een beetje van me afzetten."

Cyriel Deseure ging voor de eerste keer naar de bieten na de tweede wereldoorlog. Cyriel Deseure:"Als klein manneke (1m56) had ik het in de bieten zeer lastig. De meesten hadden meer macht dan mij. Ik mag niet zeggen dat het daarvoor grote beren waren. Toch probeerde ik mijn mannetje te staan en op dezelfde manier door te gaan. Als er macht nodig was, hadden de grote mensen toch een enorm voordeel. De schoonste dag van het jaar, was voor mij de dag dat alle bieten gerooid waren en we terug naar Bovekerke konden gaan. De betaling bij de boer was dezelfde dag als je stoptte. Je moest dat geld naar de Post brengen en wegzenden. Achteraf dienden we nog drie maanden te wachten op een premie van de Franse staat. Dat bedroeg soms de helft van je loon. Ik heb destijds mijn woning in de Noordstraat gekocht met geld die ik met de bieten verdiend heb. We hadden daar de occassie om veel uren te werken en zo konden we wat meer verdienen dan in België. "

De Titanic

Cyriel Deseure had het voornamelijk moeilijk met het afscheid nemen. Dirk Musschoot, schrijver van het boek:"Cyriel Deseure uit Bovekerke trouwde op 23 april 1950 en vertrok meteen voor tweeënhalve maand naar 't vlas, aansluitend een kleine zeven weken naar de bieten. Cyriel was zes maanden getrouwd en had niet meer dan drie weken bij zijn vrouw geslapen. Veel mannen vertrokken voor dag en dauw, om het afscheid niet moeilijk te maken. Cyriel Deseure wachtte tot de kinderen naar school waren. Hij nam nooit afscheid en kon daar niet goed tegen. In stilte vertrok hij met zijn balluchon die al enkele daar klaar stond in de gang." Cyriel Deseure:"Al die weken dat je weg was, vergrootte de heimwee. Dat is normaal als je nog maar getrouwd was. Dat was hard om mee te maken. Ik vond altijd dat ik veel gelukkiger was dan mijn vader. Mijn vader die ging naar Canada in de tabak gaan werken. Dat was nog heel wat anders. Dat waren twee zomers en een winter. De tweede keer is hij daar slechts één zomer gebleven. Hij kon het niet meer uithouden, omdat hij zo immens zijn familie miste. Zijn moeder, de kinderen. Het werd hem teveel. Dat waren gevoelens die ik kende. Wij waren de familie van de trekkers. Mijn vaders tante zat bijna op de Titanic. Voor de overvaart met de Titanic was ze enorm boos op de agent die daarvoor rondliep. Ze had haar ticket niet gekregen. Ze kon niet vertrekken, maar het is eigenlijk haar geluk geweest. Het is maar om te zeggen dat Deseure's trekkers waren." (tekst Andy Vermaut - verschenen in De Weekbode op 30 april 2008)

Ook toen de voorstelling al een heel tijdje bezig was, kwamen er nog mensen afgezakt zoals bijvoorbeeld de leden van de bibliotheekraad die noodgedwongen een stukje moesten missen. De interesse in deze avond was dan ook bijzonder groot. Een bijzondere personaliteit zou immers deze avond nog eventjes goedendag komen zeggen. En dat was niemand minder dan gouverneur Paul Breyne die een bijzonder groot hart heeft voor onze bietenmannen.

Na de voorstelling van het boek was er nog geruime tijd de mogelijkheid om met de schrijver Dirk Musschoot van gedachten te wisselen. Tevens mengde ook de gouverneur zich onder het grote publiek. Hij was er aanspreekbaar voor iedereen. Het werd een prachtige avond waarin de bietenmannen centraal stonden.

Info en foto's: Andy Vermaut.

Ook jouw informatie is hier welkom, zolang het maar betrekking heeft op (een aspect van) de Westhoek.

Enkele voorbeelden:

  • Jullie organiseren of bezoeken een rommelmarkt, een tentoonstelling, ...
  • Jullie voeren een protestactie voor meer fietspaden in uw gemeente
  • Jullie bedrijf hield een opendeurdag
  • Jullie vereniging organiseert een groot evenement
  • Je grootmoeder wordt 100 jaar
  • Je huwt
  • Je ouders vieren hun huwelijksjubileum
  • Julle krijgen een kindje of een tweeling
  • ...

Foto's en een korte begeleidende tekst kun je steeds doorsturen naar info@westhoek.be

Technische vereisten:

  • foto's: apart doorsturen in gif- of jpg-formaat (max. 400 pixels breed)
  • tekst : in je mailbericht of een Word-document

Foto's en teksten die niet voldoen aan deze voorwaarden zullen systematisch geweigerd worden.