Je was erbij > Overzicht

Heerlijk Verleden - Zandvoorde - 18/05/2007

Tijdens het Hemelvaartweekend werden voor de laatste maal de theaterwandelingen 'Heerlijk Verleden' georganiseerd en dit in de Zonnebeekse deelgemeente Zandvoorde. De voorbije jaren waren reeds de andere deelgemeenten van Zonnebeke aan bod gekomen. Voor wie nog even wil genieten van de voorbije jaren, geven we hierbij graag de links:

De organisatie van de editie 2007 was opnieuw in handen van de Zonnebeekse Heemvrienden die samenwerkten met het Comité 900 jaar Zandvoorde. Ook deze editie was geen tijd totaal uitverkocht. Hieronder een uitgebreid fotoverslag.

Op een aantal foto's kun je doorklikken voor een grotere weergave.

Bij elk van de verschillende taferelen vindt u een korte toelichting om de historische waarheid, aan de basis van elk tafereel, duidelijk te stellen en zo geschiedenis van artistieke fantasie te scheiden. Het kan u misschien helpen om nog beter na te genieten van 'Heerlijk Verleden' 2007.

1. De bedevaart naar Sint-Cornelius

Sinds mensenheugenis wordt in de Sint-Bartholomeuskerk te Zandvoorde de H. Cornelius vereerd. Hij wordt vooral aanroepen tegen de vallende ziekten (convulsies) en andere kwalen bij kinderen alsook besmettelijke ziekten bij dieren. In de kerk staat een gepolychromeerd houten beeld van Sint-Cornelius, gemaakt in 1665. De verering voor Sint-Cornelius kende vroeger een grote volkstoeloop. Tot zelfs vanuit Noord-Frankrijk kwamen dichte drommen bedevaarders op bezoek tijdens de noveen rond 16 september. Er waren soms tot acht missen daags voor de bedevaarders. Tot diep in de 19e eeuw was het ook de gewoonte dat de talrijke bedevaarders een huisdier meebrachten om het te offeren aan Sint-Cornelius. De dieren werden tijdens de mis in een houten beluik in het portaal geplaatst en daarna gezegend door de pastoor. Pas dan konden de gelovigen hun eigen dieren terug 'afkopen' aan vooraf vastgestelde prijzen. Terug thuis werden de gewijde dieren tussen de andere gezet en als een relikwie gekoesterd. Het bedevaartvaantje was natuurlijk ook een bewijskrachtig attribuut van de thuiskomende (vaak beschonken) bedevaarder.

2. De leegloop van Zandvoorde

De tweede helft van de 16de eeuw was een uiterst turbulente periode in onze streken. Sinds 1555 waren de Spanjaarden hier de baas. Onrust, werkloosheid, armoede, zware belastingen en verzet waren aan de orde. Op de koop toe barstte in 1566 de Beeldenstorm los. De Geuzen, die vanuit het noorden kwamen afgezakt, plunderden kloosters en kerken en verjoegen of vermoorden de geestelijken. De kerk van Zandvoorde werd bestormd op 15 augustus 1566 onder leiding van Zandvoordenaar Aernout Mersseman. Koning Filips II stuurde de gehate Hertog Alva naar onze streken met een geoefend leger en met terreur moest hij orde op zaken stellen. Hij bereikte een heel ander effect. Moe getergd verlieten de inwoners hun huizen, trokken op de vlucht, meestal richting Holland en keerden niet meer terug. De leegloop begon in 1572 en toen onze streek ook nog eens werd overspoeld door criminele benden (vooral de beruchte Oostendse Vrybuyters) kende hij zijn hoogtepunt rond 1585. Zandvoorde was op een paar schuwe enkelingen na volledig ontvolkt. De regio werd overwoekerd door onkruid, struikgewas en wolven. Pas vanaf 1595 startte een herbevolking, via beloftes van belastingsvrijstelling, door voornamelijk emigranten uit Picardië en Artesië.

3. Een kindermoord te Zandvoorde

Op 23 oktober 1737 werd te Zandvoorde in een waterput het drijvende lijkje gevonden van een zuigeling van het vrouwelijke geslacht. De waterput lag in de omgeving van het kasteel, aan de grens met Kruiseke en dicht bij de Kasteelbeek. De bevoegde instanties, Jacques Emanuel Vanderbeke, Albert Ferdinand de Longin en Cornelis Walwein, schepenen van de kasselrij leper, Cornelis Jacobus de Smittere, de baljuw van Zandvoorde en de geneesheren Franssens en Monteijne kwamen ter plaatse voor de nodige vaststellingen. Zeven dagen later werd Françoise Stampere, een 40-jarige weduwe uit de buurt, aangehouden en beschuldigd van kindermoord. Zij bleef ontkennen dat ze een kind had vermoord, zelfs dat ze recent was bevallen. Het uiteindelijke vonnis is spoorloos maar vermoedelijk werd Françoise schuldig bevonden en gestraft. Immers het recht was toen zeker niet aan de kant van alleenstaande arme vrouwen. Integendeel, roddel en spot waren hun deel. Denk maar aan de vele heksenverhalen.

4. De landmeters van de Ferraris

Graaf Jozef de Ferraris (1726-1814) was een cartograafgeneraal in dienst van Oostenrijk die tussen 1771 en 1778 de allereerste uiterst nauwkeurige topografische kaart van onze streek opmaakte. In 1773 was Zandvoorde aan de beurt om in kaart te brengen. Een ploeg landmeters en artilleristen streek neer in het dorp en de mannen trokken met de amman (veldwachter) Pierre De Loffre van perceel naar perceel om opmetingen te doen. De ploeg verbleef zes dagen op de gemeente en werd daarna met paard en kar door burgemeester lgnace Joseph Laumosnier naar Staden gebracht om daar hetzelfde te doen. Pierre Joseph Van Besselaere, herbergier te Zandvoorde, streek na die week 33 pond en 12 schellingen op als vergoeding voor voedsel en logies, zo meldt de parochierekening van Zandvoorde uit 1773.

5. De blauwers van Zandvoorde

De streek rond de Frans-Belgische grens kende gedurende meer dan 200 jaar een intense smokkelbedrijvigheid. Om de armoede te lijf te gaan, hebben duizenden grensbewoners de smokkelzak aangegespt en ze zijn bij nacht en ontij Frankrijk binnengetrokken met voornamelijk tabak en snuif, soms uren ver en ze keerden terug met wambrechies. Zo verging het ook sommige Zandvoordenaars. De blauwerij was voor hen de uitgelezen kans voor enige welstand en vertier. De commiezen (douaniers) moesten evenzeer, voor een schamel bestaan, weer en wind trotseren om hele nachten te patrouilleren of in hinderlaag te liggen. Het was vaak een harde strijd die zelden overwinnaars opleverde en zich vaak afspeelde in een sfeer van afgunst en verklikking. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de grenssmokkelarij op een laag pitje gaan branden. Ter ere van Europa werden de grenzen opengegooid in 1993 en zo verdween de avontuurlijke blauwerij voor altijd.

6. Meester Bouteca in de ban van de Katholieke Kerk

Frederic Albert Bouteca, geboren te Poperinge op 13 september 1822, was een gewaardeerde onderwijzer in de gemeenteschool te Zandvoorde. Daarnaast oefende hij, zoals gebruikelijk in die tijd, de functie uit van gemeentesecretaris en als overtuigd liberaal was hij dirigent van de liberale muziekmaatschappij te Beselare. Hij was getrouwd met Marie-Augustine Beirnaert uit café "De Basseville". Midden 1879 brak de nationale schoolstrijd uit naar aanleiding van de liberale wet Van Humbeek, die in katholieke kringen een revolutie ontketende. Ook de liberaal Bouteca deelde in de klappen. De pastoor in de zondagsmis had het in de preekstoel over "... école sans Dieu", zinspelend op de gemeenteschool en Frederic Bouteca. De onderwijzer repliceerde: "Vous mentez monsieur" (U liegt) en verliet ostentatief de kerk. De gevolgen bleven niet uit. Hij werd uit zijn functie en uit het schoolhuis, zijn gratis woonst, ontzet en hij werd beschuldigd van eredienstschennis. Toen hij werd vrijgesproken voor de rechtbank te leper nam het bisdom weerwraak door hem in de ban van de Katholieke Kerk te slaan, hij de broer van de stichter van de abdij van Chimay, stel u voor! In 1883 werd Bouteca in ere hersteld.

7. Pierre Morel op bezoek in zijn geboortedorp

Op 4 oktober 1830 riep een 'Voorlopig Bewind' de Belgische onafhankelijkheid uit. Op 3 november vonden verkiezingen plaats voor een Nationaal Congres dat moest zorgen voor een grondwet en een koning voor ons land. Deze verkiezingen werden een succes voor oud-Zandvoordenaar Pierre François Morel. Hij werd één van de 200 gekozenen. Hij maakte deel uit van de Katholieke Partij. Geboren op 25 september 1773, stamde hij uit de vermaarde onderwijzersfamilie Morel. Hijzelf was de zoon van meester Gilles Morel en broer van meester Jean-Baptiste Morel. Ook hij werd onderwijzer maar verliet de gemeente na zijn huwelijk met Maria Elisabeth Danheel uit Waasten en trok naar Diksmuide in 1796. Hij werd er directeur van het 'Pensionaat'. Hij bleef onafgebroken Belgisch volksvertegenwoordiger tot 1845 en was ook vele jaren gemeenteraadslid te Diksmuide. Hij stond mee aan de wieg van het jonge België en bepaalde mee de keuze van het Belgische vorstenhuis. Hij overleed te Diksmuide op 13 maart 1856.

8. De noodlanding van een luchtballon

Op 14 april 1907 stond Zandvoorde in rep en roer. Tegen de avond maakte een luchtballon (toen een uiterste zeldzaamheid) een noodlanding in de weide van Henri Vandermarliere en Rosalie Desmet. De luchtballon leek van Franse herkomst en was bemand door piloot Eduard Boulanger en vier medepassagiers. Het verhaal deed snel de ronde en Zandvoorde zag in geen tijd zwart van het volk. Garde Camiel Pattyn kwam handen te kort om de orde te handhaven en het taaltje van die rare snuiters hielp hem ook al niet veel vooruit.

9. Drie zussen op vrijersvoeten bij de Duitse soldaten

Na de bloedige gevechten van 29-30 oktober 1914 werd Zandvoorde definitief ingenomen door de Duitsers en dit bleef heel de oorlog zo. Het dorp lag gans die tijd minstens 5 km van het front en dus tussen het hinterland van Komen - Wervik met zijn Duitse hoofdkwartieren, veldhospitalen en pionierparken en het eigenlijke front. Het kende nog maar weinig echt oorlogsgewelid. In 1916 werd te Zandvoorde door het 27ste Armierungsbattalion een commandobunker of Blockhaus, met een schutmuur vóór de Stafflokalen, opgetrokken in beton. De bunker werd gebouwd net aan een halte van een deceauvillespoorlijn en was daardoor het communicatiecentrum en de briefingcentrale van een Duitse infanteriebrigade. Op kalme ogenblikken durfden bakvisjes uit het hinterland wel eens komen lonken naar de machosoldaten.

10. Diepgronden

Na de Eerste Wereldoorlog ontstaat gedurende een paar decennia een nieuwe bedrijvigheid in onze streek: het diepgronden. Het zijn meestal seizoenarbeiders die tijdens de werkloze winterperiode de grond van de boeren diep omspitten, op zoek naar oorlogsbuit. Een goede diepgronder haalt heel wat materiaal naar boven. Het vraagt heel wat kennis over de ligging van loopgraven en smalspoorlijnen en ook het volgen van het spoor van een obuskop tot hij gevonden is, vraagt vaardigheid. Ook de grondsoort is belangrijk want zandgronden zijn droger, spitten gemakkelijker en de buit zit niet echt diep. Het werk is vuil en lastig maar brengt een aardige stuiver op. 's Avonds trokken de diepgronders met hun zak of kruiwagen met ijzerbrokken naar één van de ijzerhandelaars in de streek. De herbergen vaarden er wel bij. Het spreekt vanzelf dat af en toe een tragisch ongeval gebeurde met de gevaarlijke opgedolven munitie. Wie aan de obussen 'prutste', ondanks het wettelijke verbod, speelde met de dood zoals Henri Polfliet of Albert Verhaeghe uit Zandvoorde.

11. De inwijding van Sigiez' kapelletje

De steenrijke herenboer Hubert Sigiez was uiteraard een vriend van pastoor Ernest Nevejan kort na de oorlog. Hij werd voorzitter van de kerkfabriek en het is een publiek geheim dat hij de heropbouw van de kerk mee hielp financieren. Beiden waagden zich ook met hun centen op de beurs maar de spanning van de fel schommelende beurscijfers werd boer Sigiez halverwege de jaren twintig te veel. Hij kreeg angstaanvallen en nachtmerries en werd ernstig ziek. De dokter wist geen raad meer maar E.H. pastoor raadde hem aan te gaan 'dienen' bij de paters Karmelieten te leper. Hij liet zich herhaaldelijk door de paters 'belezen' voor het altaar van de H. Thérésia van Lisieux, een splinternieuwe populaire Franse heilige en de 'religieuze therapie' hielp waarachtig. In 1927 werd Hubert genezen verklaard. De paters en de pastoor hebben hem ongetwijfeld 'aangeraden' om uit dank een kapel voor de nieuwe heilige te laten optrekken aan 't hofgat, kwestie van gratis promotie. Ze werd ingewijd in 1927. Naar aanleiding van 900 jaar Zandvoorde werd de erg vervallen kapel identiek herbouwd in 2003.

12. De heroprichting van de toneelvereniging "Deugd en Vreugd"

Op het einde van de 19e eeuw ontstond te Zandvoorde de toneelvereniging "Deugd en Vreugd" onder de vleugels van pastoor Joannes Mervillie, eerder als reactie tegen de liberale Franssprekende overheid en de gegoede burgerij. De toneelvereniging pakte het onmiddellijk groots aan met een passiespel op de zeven zondagen tussen Pasen en Sinksen. De vereniging bloeide en zorgde, bijna als enige, voor een vleugje (burleske) cultuur in het landelijke Zandvoorde. De oorlog maakte een einde aan de jaarlijkse traditie maar in 1924 werd "Deugd en Vreugd" opnieuw boven de doopvont gehouden. Klompenmaker Henri Vermeersch en Albert Vercaigne waren de initiatiefnemers. De grote herberg "Au Lion d'Or", ook gekend als 'De Rape", werd de vertrouwde toneelzaal. De grote bloei van de toneelvereniging, ondertussen "Kunstmin" gedoopt, kwam er na de Tweede Wereldoorlog met het ontbolsteren van toneelspeler en duivel-doet-al Roger Vercaigne. In 1953 werden de 'maskers'voor goed afgelegd.

13. Inhuldiging van het monument voor the Royal Household Cavalry

Bij de inname van Zandvoorde door de Duitsers, op 30 oktober 1914, speelde de Royal Household Cavalry, deel uitmakend van de 7de Britse Divisie, een hoofdrol bij de overrompeling door de vijand. Vooral aristocraat en edelman Lord Charles Sackville Pelham Worsley, bevelhebber van een machineguneskadron van de Royal Horse Guards, werd hierbij als een held beschouwd. Door een communicatiestoornis geïsoleerd, werden bijna alle manschappen van de MG-sectie van Lord Worsley en hijzelf gedood in een heroïsche strijd. Na de oorlog kocht zijn weduwe Lady Worsley, schoonzus van generaal Douglas Haig, het stukje Vlaamse grond waarop haar man sneuvelde. In 1924 werd een monument voor de Royal Household Cavalry opgericht op dit lapje grond. Op zondag 4 mei 1924 greep de onthulling plaats met veldmaarschalk en gravin Haig als eregasten. Zandvoorde werd overrompeld door de hoge militaire genodigden, familieleden van Britse gesneuvelden, Britse en Belgische burgerlijke hoogwaardigheidsbekleders, een militaire muziekkapel, officieren en soldaten, protestantse en katholieke gezagdragers, oud-strijderverenigingen en een massa volk.

14. Pastoor Nevejan verliest de verkiezingen

Vóór de Eerste Wereldoorlog was Zandvoorde politiek een heel rustige gemeente met (liberale) burgemeesters die heel lang op hun stoel bleven zitten zoals Jean-Augustin Brel (44 jaar) en Jean-Baptiste Laumosnier (29 jaar). Soms waren er zelfs geen verkiezingen nodig. Dit veranderde na de oorlog. Al bij de eerste verkiezingen in 1921 sloeg het vuur in de pan en het beterde er niet op als in 1926 zelfs drie lijsten aan de kiezers werden voorgesteld in het nietige Zandvoorde. Een coalitie (voor de allereerste keer), met Hilaire Brel als burgemeester, drong zich op. Ook in 1932 kregen we met 'Katholieken', 'Gemeentebelangen' en 'Vlaamsche Nationalisten' drie kieslijsten. De pastoor, E.H. Nevejan, had zich (vooral op de preekstoel) maximaal ingespannen om de 'Katholieken' aan de overwinning te helpen. Het werd echter op 9 oktober een gigantische overwinning voor de liberaal-katholieke-socialistische lijst van burgemeester Hilaire Brel, met zes zetels tegen één voor de 'Katholieken'. Een Zandvoordse snoodaard had de volgende morgen op de dorpspiaats en in de hoofdstraten kwistig pamfletjes rondgestrooid waarop stond: "Ge zijt er NEVEns JAN!". Groot schandaal in het dorp natuurlijk.

15. Roberto in het huwelijksbootje

Je houdt het niet voor mogelijk maar de zigeuners zijn nu ook in Zandvoorde. Wij ontmoeten opnieuw onze charmante vriend Roberto. Waar hij verleden jaar helemaal alleen ronddoolde te Passendale (maar zich daarom zeker niet verveelde) is de familie vandaag weer bijna helemaal herenigd. Zoon Tonio en dochters Laura en lmara zijn opnieuw van de partij en de familie is zelfs uitgebreid. Roberto is vanmorgen opnieuw in het huwelijksbootje gestapt met de plaatselijke schone, Camilia. We zijn net op tijd om samen met de 'sympathieke' familie het huwelijksfeest mee te vieren in de spiegeltent op de markt waar ook het bal van de burgemeester aan de gang is. De zigeuners waren gedurende de vijf theaterwandelingen steeds de rode draad. De rode draad in deze editie was ook de zonderlinge vrouw die je niet toevallig meermaals tegengekomen bent.

Proficiat aan alle medewerkers aan deze geslaagde editie. Jammer dat jullie ermee stoppen ...

Ook jouw informatie is hier welkom, zolang het maar betrekking heeft op (een aspect van) de Westhoek.

Enkele voorbeelden:

  • Jullie organiseren of bezoeken een rommelmarkt, een tentoonstelling, ...
  • Jullie voeren een protestactie voor meer fietspaden in uw gemeente
  • Jullie bedrijf hield een opendeurdag
  • Jullie vereniging organiseert een groot evenement
  • Je grootmoeder wordt 100 jaar
  • Je huwt
  • Je ouders vieren hun huwelijksjubileum
  • Julle krijgen een kindje of een tweeling
  • ...

Foto's en een korte begeleidende tekst kun je steeds doorsturen naar info@westhoek.be

Technische vereisten:

  • foto's: apart doorsturen in gif- of jpg-formaat (max. 400 pixels breed)
  • tekst : in je mailbericht of een Word-document

Foto's en teksten die niet voldoen aan deze voorwaarden zullen systematisch geweigerd worden.