Je was erbij > Overzicht

Heerlijk Verleden - Passendale - 27/05/2006

Wij hopen dat u genoten hebt van de theaterwandeling 'Heerlijk Verleden'te PassendaIe. Deze korte toelichting en fotoverslag heeft de bedoeling om de historische waarheid, aan de basis van ieder tafereel, duidelijk te stellen en zo historie van artistieke fantasie te scheiden. Zo zult u misschien een nog betere herinnering overhouden aan 'Heerlijk Verleden 2006'.

1. De verdoken mis van de Stevenisten

In volle Franse overheersing, op 15 juli 1801, ondertekenden Paus Pius VII en Napoleon Bonaparte te Parijs een concordaat. Na enkele jaren van verwoede kerkvervolging werd hierdoor de godsdienstvrijheid hersteld, maar wel mits zware toegevingen. Zo moesten alle bisschoppen in Vlaanderen vervangen worden door Franse bisschoppen, werden de bisdommen herverdeeld, moesten de geestelijken de eed van trouw aan de Franse Republiek zweren en na iedere mis moest het "Salvum fac ...", een verheerlijking van Napoleon, gezongen worden. De meeste priesters gehoorzaamden aan het nieuwe gezag maar enkelen gingen in het verzet voor de kerkelijke rechten, onder leiding van grootvicaris Z.E.H. Cornelius Stevens van Namen. De Vlaamse priesters-volgelingen noemden zichzelf Stevenisten en predikten ongehoorzaamheid en tegenstand. Pastoor E.H. Constant Anckaert van Passendale behoorde tot die stevenistische minderheid en trok een groot deel van zijn parochianen mee in de verscheurdheid. Hij werd op 1 juli 1811 van zijn rechten beroofd en vervangen door E.N. Lodewijk Comyn. Na een stille periode van bezinning trad bij strijdvaardig op en handelde verder als de bedienaar van de eredienst voor zijn volgelingen in Passendale en omgeving, maar dan wel clandestien.

2. De bende van Bakelandt

In de Franse tijd waarin armoede, onderdrukking, wapengekletter en kerkvervolging dagelijkse kost waren, werden onze streken bovendien nog geteisterd door roversbenden. De bende van Bakelandt, die opereerde van uit het Vrijbos, was de schrik van de streek tussen 1798 en 1802. Pierre Cloet, een kleine landbouwer en dagloner van de wijk 'Het Meshaekveid', en Waan Demeyer van de Drogenbroodhoek te Moorslede maar vroeger Passendalenaar waren bendeleden. Geen wonder dat de bende een overval beraamde op de gegoede boer Pieter Francois Depuydt aan 's Graventafel. Na een laatste voorbereidende vergadering ten huize Cloet, gebeurde de overval in de nacht van 26-27 november 1799. Twaalf bendeleden gingen driest te werk. Ze beukten de deur in en begonnen hun rooftocht. Vader Pieter Francois, de gelijknamige zoon en de dochters Rose Constance en Marie Jeanne werden aan handen en voeten gekneveld. Toch verklapten ze zich niet, ondanks dreiging van voetbranderij. De buit was groot en bestond uit gebruiksvoorwerpen, goud, zilver en geld. Kort na de feiten overleed vader Pieter Francois en Rose Constance werd krankzinnig.

3. Zigeuner op vrijersvoeten

De zigeuners, die we al kennen van vorige jaren, zijn nu ook neergestreken in Passendale. Eigenlijk moeten we zeggen zigeuner want pater familias Roberto is nu alleen. Zijn vrouw is verleden jaar overleden, zijn zoon zit in verzekerde bewaring en de familiebanden met zijn dochters zijn opgeblazen. Dit betekent echter niet dat de liederlijke Roberto in zak en as zit, integendeel. Hij gooit zijn (vele) charmes in de weegschaal bij de Passendaalse dorpsvrouwen en deze laten het zich welgevallen. Zij komen met allerlei kleine karweitjes aankloppen bij Roberto en als de mannen dan nog eens voor enkele maanden vertrokken zijn naar Frankrijk voor de bietencampagne, dan is het hek helemaal van de dam .... nietwaar Valerie?

4. De grote legermaneuvers van 1890

1890, de vrede in West-Europa is op zijn minst wankelbaar. De sociale ongelijkheid is grote bron van ergernis. Het is de tijd van 'Rerum Novarum". Het jonge België stelt zich vooruitziend op en besluit tot grootscheepse legeroefeningen. Tijdens deze oefeningen werd beslist een belangrijk nieuw experiment uit te voeren met rookloos buskruit. Gedurende tien dagen werden schijngevechten geleverd te Pittem, Tielt, Aarsele, Deinze, Ardooie en Roeselare. Op dinsdag 9 september was een slotoffensief gepland te Passendale richting de Goudberg, het slagveld van Filips van Artevelde in 1387. Kroonprins Boudewijn, die een jaar later zal sterven, deed mee als luitenant in het 1ste bataljon Karabiniers. Koning Leopold II en koningin Maria-Hendrika waren getuigen van op een tribune aan 's Graventafel. Passendale werd onder de voet gelopen door de duizenden nieuwsgierigen. De herbergiers, bakkers en winkeliers deden gouden zaken.

5. De vechtersbazen

Voor veel jongemannen van Passendale was er geen zondag geweest als ze geen robbertje hadden kunnen vechten. De vijanden waren doorgaans de'dikkenekken'van Westrozebeke. Het slagveld was telkens het Engelsch Veld, het grensgebied tussen beide gemeenten. De inzet was dikwijls een of ander meisje uit het kamp van de vijand waar ze een oogje hadden op laten vallen. De Passendaalse moeders waren doodsbang voor de gevolgen van die vechtpartijen. Soms liep het uit de hand en waren erge verwondingen niet uitgesloten. Men deinsde er niet voor terug desnoods het mes te trekken. Angstvallig zwijgen voor moeder of een goede smoes verzinnen voor de blutsen en de schrammen was dan ook de boodschap, maar ...

6. De steenbakkerij

In elke gemeente waren wel één of meerdere plaatsen waar bakstenen werden gemaakt in een veldoven. Dit was ook zo te Passendale ongeveer op de noordwestelijke hoek van de Sterrestraat en de Osselstraat op grond van dr. Vanneste. De ontgonnen klei kwam van de 'bunte' tussen de Osselstraat en de toenmalige Tuimelaerestraat. In de winter werd de klei 'gestoken'. Vanaf 1 mei begon het werk van brieken maken met een ploeg van zeven man (2 mortelmakers, 1 mortelvoerder, 1 morteloplegger, 1 vormenaar en 2 afdragers). Per dag werden tien tot twaalfduizend stenen gevormd en afgedragen. Na een droogperiode konden de rauwe stenen in een veldoven gezet en gebakken worden. De bouw van de veldoven gebeurde door een ploeg van 17 mannen: 11 voerders, 4 ovenmannen, 1 kolenvoerder en 1 kolenbrander. In 50 lagen, met overal een kleine tussenruimte voor kolen, werden per dag 80.000 stenen gestapeld en na 14 dagen was de oven met een miljoen stenen opgebouwd. Ondertussen was de oven al aan het branden en een buitenste laag stenen, bestreken met klei, hield de warmte binnen. Het was voor iedereen een gruwelijk werk bij die gloeiende oven, vaak nog onder een schroeiende zomerzon. Geen wonder dat velen overwogen de baan te ruilen voor seizoenarbeid in Frankrijk waar de verdienste toch een heel stuk hoger lag.

7. De Vlaamse kermis

Het is Tuimelare-kermis vandaag. Vroeger had iedere wijk, zelfs ieder café, haar eigen kermis, van dagen voordien al aangekondigd door de mei(doorntak) aan de voorgevel. Traditioneel werd de wijkkermis op gang geschoten met kanonschoten op zaterdagavond. Op zondag en vaak ook maandag was er op een of andere weide of terrein Vlaamse kermis. Allerlei wedstrijden in volksspelen werden op het getouw gezet zoals: zaklopen, ringsteking, appeltje knap, mastklimming, hollo smito, honing, schotelstampen, fiessenschieting, koersen voor vrouwen en voor puiten, zangwedstrijd en concours muilentrekken; je kan het zo gek niet bedenken. De muziekfanfare kwam meestal de kermis opluisteren en het opstijgen van een reusachtige luchtballon was dikwijls de apotheose van het feest. Op maandag- of dinsdagavond werd de kermis dan besloten door de treurende kermisgasten met het begraven van het hespenbeen. We komen vandaag net op tijd op de Tuimelaere, de Vlaamse kermis is pas gestart. Ook de burgemeester is er en het is dit jaar een verkiezingsjaar. Dat opent perspectieven!

De burgemeester trakteert

8. De weversschool

Te Passendale bestond in de Tuimelaerestraat tussen 1845 en 1907 een weversschool, opgericht door burgemeester Charies Bayart en notaris-gemeentesecretaris Melchior Christiaen. Vanaf 1864 kreeg het leerwerkhuis via Koninklijk Besluit een jaarlijkse steun van 900 fr. (althans aanvankelijk). Viktoor Moenaert, benoemd in 1876 met een jaarwedde van 750 fr. en gratis woonst, was de laatste onderwijzer in de weefschool. In 1910 werd de school, die geen reden van bestaan meer had, omgebouwd tot nieuw gemeentehuis en vredegerecht. De concurrentie tussen de vele scholen op het dorp en zelfs de wijkscholen zoals op 's Graventafel, de Keiberg en de Wallemoten was groot. Vooral de spellewerkschool, verbonden aan de meisjesschooi, verloor wel eens leerlingen aan de meer op de textielindustrie afgestemde weversschool.

9. Guido Gezelie op bezoek

In het klooster te Passendale verbleef zuster Colomba, in de wereld Florenee Gezelle, jawel ... de zuster van de grote priester-dichter Guido Gezelle. Als kloosterzuster van de Zusters van liefde van Heule was ze sinds 1890 ongeveer een gewaardeerde leerkracht van de meisjesschool. In 1892 was er een groot feest in het klooster ter gelegenheid van het zilveren kloosterjubileum van moeder Bernarde. Zuster Colomba mocht haar broer op het feest uitnodigen. Ze hoopte dat bij zou komen en dat bij voor de gelegenheid een mooi gedicht zou geschreven hebben. Tijdens de voorbereidingen op het feest zien we hoe haar wens werkelijkheid wordt. Alles is dus aanwezig om er een sereen en sfeervol feest van te maken ... of niet soms?

10. De paardenkoopman

In de zomer van 19 14 kwamen Duitse paardenbandelaars naar onze streek op zoek naar jonge, galante en krachtige paarden. Ze kochten ze op voor heel veel geld. Niemand wist waarom maar zij wisten beter. In de dorpen zochten ze dikwijls 'facteurs' die voor hen die paarden gingen opsporen en kopen bij de boeren en ondertussen vervulden zij hun bijkomende verkenningsopdrachten. Oktaaf Lemaire, de cafébaas van "'t Nieuw Gemeentehuis" nabij de kerk was zo'n paardenfacteur. Camiel, een simpel boertje, had horen zeggen dat de Duitsers te Moorslede waren en de intentie hadden om straks naar Passendale te komen om ook hier paarden op te kopen. Hij dacht de zaak van zijn leven te doen, maar ....

11. Het vredegerecht

Het gerechtelijk kanton en aldus het vredegerecht te Passendale is ontstaan op 30 januari 1801 als gevolg van de bestuurlijke hervorming van Vlaanderen tijdens de Franse tijd. Tezelfdertijd werd het vroegere gerechtelijk kanton Zonnebeke, dat anderhalf jaar had bestaan, afgeschaft. Tot het nieuwe gerechtelijk kanton behoorden Passendale zelf, Moorslede, Westrozebeke, Zonnebeke en Oostnieuwkerke. Wegens de oorlogsverwoestingen werd het vredegerecht van Passendale tijdelijk opgeheven (van 16 juni 1919 tot 19 november 1921) en ingelijfd bij het kanton Hooglede. Vanaf 1963 had Passendale geen eigen vrederechter meer. De vrederechter van Hooglede dbr Denys werd dienstdoend en in 1970 werd het vredegerecht en het gerechtelijk kanton Passendale opgeheven. Het vredegerecht zetelde sinds 1910 in enkele lokalen van het gemeentehuis, vóór de oorlog in de Tuimelaerestraat, na de oorlog op de markt. Om het niveauverschil goed duidelijk te stellen zat de vrederechter tijdens zijn optreden op een verhoogje, achter een majestueuze tafel, geflankeerd door de eventuele advocaten van de twee partijen en de griffier. De laatst gekende en geliefde vrederechter te Passendale was André de Mûelenaere. Hij oefende het ambt uit van 1921 tot 1960 en overleed in 1969. Het vredegerecht had ook de beschikking over een gerechtsdeurwaarder.

12. De eerste telefoon

Emiel Christiaen, zoon van notaris Melchior Christiaen en wonende op de boek van de Tuimelaerestraat, was vertegenwoordiger voor West-Vlaanderen van de fabrieken FN Herstal. Veel beter was bij gekend als uitvinder, samen met zijn kompaan Lescouwier uit Bikschote. Hij wordt genoemd als de uitvinder van de telefoon met microfoon (met houten kast en trechter om door te spreken). Aloïs Honraedt uit de Molenstraat en timmerman Louis Germonprez zetten de plannen van Christiaen om in de praktijk rond 1885. De uitvinder deed een eerste telefoongesprek met zijn bediende Jules Vanthournaut die 150 meter verder woonde in de Molenstraat. Het verhaal is wellicht met een korrel zout te nemen maar in januari 1886 vinden we toch een advertentie in "Het weekblad van Yperen" waarin de heren zich uitgeven als elektricienconstructeurs, met als specialiteit de "inrichting van telefonische liniën met den microphonischen (stem versterkende) overzetten, gebreveteerd S.G.D.G.". Zij behaalden hiervoor een medaille op de Wereldtentoonstelling te Antwerpen in 1885.

13. De paardenloopwedstrijd

Elk jaar tijdens het interbellum en zelfs tot 1954 hadden op koekenzondag (de vierde zondag van september en de zondag na de kermis) te Passendale paardenloopwedstrijden plaats. Het waren de belangrijkste paardenrennen in de streek na deze op het Minneplein te leper rond half juni. Vele jaren werden speciale treinen met verminderde ticketprijzen ingelegd om naar de paardenkoersen te Passendale te komen. De paardenlopen hadden plaats op de weide (renbaan) van Jules Pattyn en Sylvain Vanlerberghe in de Molenstraat (nu Fritz Vanlerberghe-Depuydt). Er waren draf- en vluchtwedstrijden en in 1925 waren hiervoor 2.500 fr. aan prijzen voorzien. Paul Deré was vele jaren de voorzitter van de wedstrijdjury. Het spreekt vanzelf dat de paardenloopwedstrijden het gespreksonderwerp waren in de herbergen in de voorafgaande dagen en een bankbriefje verwedden hoorde er zeker bij.

14. Een merkwaardige vondst

Op 19 september 1939 was landbouwer Alberic Vervisch met de paarden aan het ploegen op zijn landerijen op 's Graventafel om wintertarwe te zaaien. Plots zag bij in de ploegvoor iets vaal wits uitsteken. Bij nader toezien bleek het om een reusachtige tand te gaan. Hij legde de tand helemaal bloot. Hij had een driehoekige vorm, was ongeveer 25 cm hoog en het bovenvlak was bezet met wel twintig kleine scherpe weerbaken. Thuis gekomen woog bij de tand: ruim twee kilo. Alle bezoekers in de komende weken keken op van de merkwaardige vondst en allerlei gissingen deden de ronde maar de meeste hielden het bij een tand van een voorhistorisch dier, een dino- of andere saurus. In 1946 schonk Alberic de tand aan de zeer geleerde dokter Louis Ronse uit leper. Zo belandde hij in het stedelijk museum te leper en werd er definitief geïdentificeerd als een mammoettand.

15. Het verzet

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd eind 1941 te Passendale de Weerstand (tegen de Duitsers) opgericht met meester Jules Platteeuw uit de Molenstraat en nijveraar Charles Vanneste uit de Statiestraat als leiders. Ze hielden zich bezig met het bespieden van de vijandelijke troepenbewegingen, hun plannen, technische realisaties en transporten, het opmaken van valse identiteitskaarten voor ondergedokenen, sabotagedaden zoals het doorknippen van telefoonlijnen, aanzetten tot werkweigering voor de vijand, onderdak verlenen aan verzetslieden en werkweigeraars waarop jacht werd gemaakt, inzamelen van steungeld voor ondergedokenen, hulp aan bemanningsleden van neergeschoten vliegtuigen, sluikbladen verspreiden .... Na de oorlog ontketenden ze een hetze tegen de 'zwarten' die tijdens de oorlogsjaren meeheulden met de bezetter.

16. De bevrijding

Eindelijk .... vanaf 1 september 1944 trekken de eerste colonnes Duitse troepen, komende uit Frankrijk, door de gemeente oostwaarts in een wanordelijke aftocht. Engelse vliegtuigen maken het hen moeilijk door beschietingen en wegversperringen. Overal trekken Duitse soldaten de huizen binnen op zoek naar een vervoermiddel. Nog heel wat paarden worden opgeëist. Op 6 september was het gros van Hitlers leger voorbijgetrokken. Passendale werd op 7 september rond de middag door de Polen bevrijd. Tanks van de 1e Pantserdivisie trekken zegevierend de dorpskom binnen. Niemand blijft in huis, eten hoeft niet meer. Iedereen wil de bevrijders verwelkomen. Bloemtuilen worden aangereikt en de driekleurige vlag wappert aan bijna ieder huis. Na een korte pauze trekken de Polen richting Oostnieuwkerke. Het is tijd voor uitbundig feesten. Geniet mee van de feestelijkheden want straks begint een wansmakelijke epiloog met haat, verdachtmakingen, oude vetes die opborrelen, vernieling, mishandeling .... Het gezag werd moeizaam hersteld en de wonden bleven nog heel lang etteren.

Proficiat aan allen die meegwerkt hebben aan deze theaterwandeling.

Ook jouw informatie is hier welkom, zolang het maar betrekking heeft op (een aspect van) de Westhoek.

Enkele voorbeelden:

  • Jullie organiseren of bezoeken een rommelmarkt, een tentoonstelling, ...
  • Jullie voeren een protestactie voor meer fietspaden in uw gemeente
  • Jullie bedrijf hield een opendeurdag
  • Jullie vereniging organiseert een groot evenement
  • Je grootmoeder wordt 100 jaar
  • Je huwt
  • Je ouders vieren hun huwelijksjubileum
  • Julle krijgen een kindje of een tweeling
  • ...

Foto's en een korte begeleidende tekst kun je steeds doorsturen naar info@westhoek.be

Technische vereisten:

  • foto's: apart doorsturen in gif- of jpg-formaat (max. 400 pixels breed)
  • naam van de fotograaf of auteursrechthebbende van het beeldmateriaal
  • tekst : in je mailbericht of een Word-document

Foto's en teksten die niet voldoen aan deze voorwaarden zullen systematisch geweigerd worden.