Je was erbij > Overzicht

Heerlijk Verleden - Geluveld - 06/05/2005

In het lang weekend van O.L.-Hemelvaart (donderdag 5 mei, vrijdag 6 mei en zaterdag 7 mei) pakken de Zonnebeekse Heemvrienden i.s.m. de Geluveldse socio-culturele verenigingen KWB – KAV – Gezinsbond uit met historische theaterwandelingen te Geluveld onder het thema ‘Heerlijk Verleden’. In het verleden waren Zonnebeke en Beselare aan de beurt en de ca. 100 spelers mochten telkenmale voor uitverkochte sets spelen (verleden jaar was dit voor 1000 mensen). Het betreft opnieuw wandelingen van ongeveer 4 km die de deelnemer langs enkele unieke locaties (o.a. kasteeldomein) voert. Via zestien historische taferelen maakt men op een ludieke wijze en in de eigen dialecttaal kennis met alle aspecten van het leven tussen 1750 en de naoorlogse periode.

Hieronder een aantal foto's en de teksten uit de brochure van de Zonnebeekse Heemvrienden - www.heemkring-zonnebeke.be

1. De nieuwe baan en de tolbarrières

Onder het Oostenrijks bewind met keizerin Maria-Theresia werden veel nieuwe wegen aangelegd tussen steden in Vlaanderen om de handel te bevorderen. Zo werd ook een totaal nieuwe kalsijde aangelegd tussen Menen en Ieper, zo recht mogelijk zoals de keizerin het wilde. Voor de financiering van de nieuwe weg werd beroep gedaan op privé-kapitaal. De baljuw, de dis van Zonnebeke, Geluveld en Dikkebus, de abt van Zonnebeke … waren grote geldschieters. De aanbesteding van de weg werd in vijf bestekken verdeeld en toegewezen in 1757 aan Jozef Catteeuw, Pieter Decadt, Charles Louis Breyne, Jan Baptiste Guillebeert en Joannnes Bodry. Er werden langs de weg op Geluvelds en Zillebeeks grondgebied ook drie tolbarelen voorzien: één aan het Kruisekekruispunt, één op het dorp (terug afgeschaft in 1763) en één aan het Hoge. Hier moest tol betaald worden als men met dieren of een gespan voorbij wilde. De 'payage' zou ruim honderd jaar van toepassing blijven. Bij die tolbarrieren werden quasi onmiddellijk café's (afspanningen) opgericht door ondernemende zelfstandigen zoals door Joseph Vanhaverbeke met café Sint-Joseph aan Kruiseke. Ook de schapenboeren, die hun schapen de grasboorden lieten afgrazen, moesten afgraastol betalen.

2. Drama bij de zigeuners

Zoals gebruikelijk in de negentiende eeuw kreeg ook Geluveld regelmatig bezoek van zigeuners. De zigeuners doorkruisten steeds hetzelfde 'werkterrein' en bijgevolg is het dezelfde familie van de vorige jaren in Zonnebeke en Beselare die we hier aantreffen. Roberto met de losse handjes, de pater familias, heeft nog niets van zijn reputatie als meisjesversierder ingeboet maar deze keer wordt hij met een drama geconfronteerd: zijn vrouw Anna is overleden en de familie staat op het punt met de kist naar het kerkhof te vertrekken voor de begrafenis.

3. De zusters Apostolinen

Pastoor Constantinus Verroest was bekommerd om het onderwijs en richtte in 1819 de allereerste gemengde school op voor behoeftige kinderen: de Sint-Vincentiusschool. Er werd op grond van de gemeente een schoollokaal en een woonhuis gebouwd, bewoond door vier godvruchtige, ongehuwde vrouwen, waarvan er één les gaf en één spinnen en kantklossen. In 1830 werd een gemeenteschool opgericht en als reactie liet pastoor E.H. Joannes Maes op 29 oktober 1840 enkele zusters Apostolinen uit het klooster te Brugge naar Geluveld overkomen om een zesde bijhuis te stichten. Hij liet begin 1840 met eigen en geleend geld een nieuw klooster bouwen op grond van het Armenbestuur. Moeder Philomène leidde van meetaf aan met ijzeren hand het nieuwe klooster en het opgestarte onderwijs en drie jaar later waren er al zes kloosterzusters en een lekenzuster in het kloostergebouw.

In 1880 werden de zusters gedwongen hun klooster te verlaten in de woelige schoolstrijd (het gemeentebestuur van Geluveld was liberaal). Er werd een gemeentelijke meisjesschool opgericht in de gebouwen van de verdreven zusters. Pastoor E.H. Amatus De Cuypere bezorgde de zusters een nieuw onderkomen met schoollokalen. In 1888 werd een akkoord bereikt en de kloosterzusters konden naar het klooster terugkeren. In 1912 werden ter plaatse, op de grond die ze aankochten van de gemeente, volledig nieuwe gebouwen opgetrokken.

4. De archeologische vondsten van burgemeester de Jacob d'Ougny

In 1818 vroeg de Hollandse gouverneur van West-Vlaanderen aan alle gemeentebesturen van de provincie inlichtingen over het aantal inwoners, de oppervlakte, de ligging, de aard van de bodem, het verleden van de gemeente, enz. Het antwoord dat op 5 maart 1818 te Brugge arriveerde vanuit Geluveld is ongetwijfeld één van de meest volledige en opmerkelijke geweest. De Geluveldse burgemeester was immers zelf een verwoed amateur-archeoloog en historicus.

Carolus-Josephus-Antonius de Jacob d'Ougny was een Brugse edelman met de titel van Jonker. Hij was geboren te Brugge op 19 juli 1761. Aanvankelijk koos hij voor een militaire carrière als genieofficier. Onder invloed van zijn schoonvader belandde hij in de politiek en hij werd schepen te Brugge. Toen de Fransen in 1794 ons land binnenvielen werd de Jacob d'Ougny gevangen genomen en verbannen uit Brugge. Hij kwam wonen in Geluveld omdat zijn familie aan grootmoeders zijde hier veel eigendommen had. Hij nam zijn intrek op een herenhofstede in de Blokstraat (nu Frank Neuville-Depoorter). Hij werd eerst schepen en in 1813 liberale burgemeester te Geluveld. Hij bleef het tot aan zijn dood op 20 mei 1822. Zonder het zelf te weten heeft deze 'vreemde vogel', door zijn aandacht voor het verleden en de bodem van Geluveld, geschiedenis geschreven.

5. De bedelaars

6. Het liedeken van Geluveld

Rond 1829 werd door de liberalen een lied gemaakt over Geluveld. Veel steden en gemeenten hadden in die tijd een eigen lied, denk maar aan: "Weile zein van Meulebeek…" De schrijver van het lied is een zekere E.V. (?). Het is niet echt een strijdlied maar eerder een ode aan het dorp. De natuur heeft de kleine gemeente slecht bedeeld, maar de kwaliteiten van zijn arme inwoners zijn er niet minder om. Dat is zo ongeveer de boodschap van de schrijver. De toondichter componeerde het lied op de melodie van "Stemme van de Bloemiste". Het lied was goed gekend en werd op kermissen, feesten en na liberale stembusoverwinningen vaak gezongen. Met de jaren raakte het lied in de vergeethoek.

In 1889 werd het lied door burgemeester Jules de Laveleye van het Polderhoekkasteel van onder het stof gehaald. Hij liet het lied massaal drukken en aan zijn bewoners bedelen. Het werd opnieuw een tophit tijdens de naweeën van de bitsige schoolstrijd begin de jaren 1880.

7. Het auto-ongeluk

Op zondag 25 juni 1905 rond 17u30 gebeurde een verschrikkelijk ongeluk te Geluveld. Drie fabrikanten van Comines-France: Albrecht Gallant en de heren d'Ennetiere en Catteau reden van Ieper richting Menen per automobiel, een hoogste zeldzaamheid in die tijd. De auto reed traag want de H. Sacramentsprocessie was net aan het ontbinden en er was veel volk op de been. Tussen het dorp en Kruiseke stond Alixe Decroix, 7 jaar oud, samen met haar vriendin, klaar om de baan over te steken. Toen de auto tot op enkele meters van de meisjes was genaderd, dwarste Alixe plots de baan. De vriendin probeerde haar nog tegen te houden maar helaas. Chauffeur Albrecht Gallant week nog uit maar kon niet verhinderen dat het meisje onder de wielen terecht kwam. Het was gekwetst aan het hoofd en op slag dood. De gendarmen openden een onderzoek. Alixe Decroix was het dochtertje van de waard van herberg Sint-Anna. Het ongeval gebeurde net voor de herberg. Het allereerste dodelijk auto-ongeval (van een lange rij) bleef nog lang nazinderen in het dorp.

8. De hanenkamp

Door toedoen van koningin Elisabeth werd in 1929 het volksvermaak hanenkampen in België verboden. Het spel werd stiekem verder gespeeld op cafézolders met knapen op de loer. Maar de veldwachters kregen strenge orders en de volkssport verdween. De liefhebbers uit onze regio waren nu aangewezen op Frankrijk waar hanenkampen, hoewel officieel verboden, toch nog werden gedoogd in 'Le Nord'.

De kampen gebeuren met mooi gevederde en krachtige 'Engelse' hanen van één jaar tot vijftien maanden oud en vier à vijf kilo zwaar. Via een 'geleide' loting, na het betalen van de inleg en na het 'stalen' (pinnen op de sporen aanbrengen) worden per kamp twee hanen tegenover elkaar in de arena gezet. Gedurende maximaal acht minuten vechten de hanen op leven of dood. De winnaar krijgt de inleg van beide spelers en bij match nul (uitgesproken door de jury) wordt de 'pot' gedeeld. Op menige tafel is er 's anderendaags kippensoep en vol au vent. Een Vlaming zou geen Vlaming zijn als er ook niet massaal werd gewed op de vechtende hanen.

9. De loting

Van Napoleon (begin 1800) tot en met 1908 was er in ons land militieverplichting via loting. Geluveld was sinds 1823 militiekanton. Ook Beselare, Geluwe, Hollebeke, Zandvoorde en Zillebeke behoorden tot hetzelfde kanton. De door die gemeenten te leveren rekruten werden jaarlijks rond eind januari in de kantonhoofdplaats (dus Geluveld) uitgeloot onder deskundig toezicht van de plaatselijke burgemeester of een gerechtelijke ambtenaar (v.b. de vrederechter).
De loting ging gepaard met heel veel emotie (want veel gezinnen 'verloren' zo een kostwinner voor geruime tijd), bijgeloof (allerlei 'remedies' werden door oude 'kwenen' aangepraat om een goed nummer te loten) en omkoperij. De adel, rijke boeren of ambachtslui kochten hun ingelote zoon uit ten nadele van een uitgelote arme drommel.

Na de loting was duidelijk te merken wie geluk had en wie niet. De gelukkigen rolden de herberg binnen en vierden tot 's avonds laat. In Geluveld was dat traditioneel in de herberg "Het Molenhuis". Sjarel de cafébaas had al heel wat ervaring en verhuisde veiligheidshalve elk jaar het herbergmeubilair naar de zolder.

Geluveld was ook de gemeente waar alle bewoners een 'lapnaam' hadden. In dit tafereel werd dit uitvoerig naar voor gebracht.

10. De opbouw van de molen

Op zowat het hoogste punt van de gemeente, 100 meter oostwaarts van de kerk, stond zeker sinds 1641 de banmolen, toebehorend aan de heerlijkheid Gheluvelt. Het was de ingezetenen van de heerlijkheid aldus verboden granen te laten malen in een andere molen. De adellijke familie Keingiaert de Gheluvelt was de eigenaar en een molenaar werd aangesteld voor de uitbating. Vroeg in de Eerste Wereldoorlog werd de molen totaal verwoest.

Na de oorlog kocht Juffrouw Léonie Keingiaert de Gheluvelt in 1925 een molen in Watou van de molenaarsfamilie Vandoolaeghe. Zij liet de molen afbreken en overbrengen naar Geluveld. Op dezelfde plaats waar gedurende eeuwen de vroegere molen stond werd de prachtige, statige staakmolen, met vliegende gaanderij, heropgebouwd. Hij draaide voor het eerst opnieuw op 29 oktober 1926. Jules Devos, de waard van de herberg 'Het Brouwershof' was nu de molenaar van dienst. De molen zal maar zes jaar meer malen.

11. In herberg 'Café du Château'

De herberg 'Café du Château' op het dorpsplein, het dichtst bij de kerk, heette voordien ''t Wethuys', 'In de drie Conynghen', 'Het Gemeentehuis' en nadien 'Au Château' en 'Breughelhof'. Het eerste geschrift over de herberg dateert van 1569. Zij was lange tijd de enige drankgelegenheid in het dorp. Het is ook niet te verwonderen dat de herberg-boerderij en brouwerij ook dienst deed als 'wethuys van de prochie', waar de heer vergaderingen hield over gemeentelijke aangelegenheden, recht sprak en de rekeningen bijgehouden werden. Ook alle officiële stukken van de heerlijkheid werden er bewaard. De herberg-brouwerij was eigendom van de heerlijkheid en later het kasteel.

Op 7 september 1921 werd Juffrouw Léonie Keingiaert de Gheluvelt, die toen voorlopig in een barak woonde langs de Menenstraat (nu de apotheek), na haar verkiezings-overwinning (er was slechts één lijst), als burgemeester aangesteld. Zij was de eerste vrouwelijke burgemeester in ons land.

12. Pastoor Delrue

Wegens het overlijden van de vooroorlogse pastoor E.H. Karel Van Houtte op de vlucht op 28 oktober 1916 te Criquetot-sur-Ouville (Fr), werd de vooroorlogse onderpastoor E.H. Michel Delrue als pastoor aangesteld op 13 april 1919. De verhoudingen tussen de liberale burgemeester Léonie Keingiaert de Gheluvelt en de pastoor worden gekenmerkt door voortdurende hoogoplopende twisten. Groot struikelblok was de heropbouw van de kerk die voor de burgemeester niet mooi genoeg kon zijn (stijl basiliek van Dadizele met een crypte om de graven van haar familie in onder te brengen). De polemieken escaleerden en heethoofd pastoor Delrue liet zich zelfs verleiden tot overdreven gezwaai met de wijwaterkwast naar de burgemeester en straffe uitspraken op de preekstoel. Tientallen bezwarende brieven werden vanuit het kasteel richting bisdom gestuurd. De pastoor bleef in Geluveld tot augustus 1927.

Vandaag hebben arbeiders het schrijn van de H. Margaretha geplaatst in de rechterzijbeuk van de kerk. Juffrouw Léonie Keingiaert de Gheluvelt heeft ondanks alles hierbij met milde hand geschonken. Terecht wilde ze dan ook haar wapenschild zien op het schrijn. De rancuneuze pastoor verplichtte de werklieden het schrijn zo dicht tegen de muur te plaatsen zodat niemand nog het schild kan zien.

13. De Sint-Maartensstoet

Op de vooravond van 11 november, het feest van Sint-Maarten, die door alle kinderen te Geluveld en omstreken wordt gevierd als de grote kindervriend, was het de gewoonte dat de lagere schoolkinderen van het dorp op het kasteel werden uitgenodigd. Elk jaar werd er een prijskamp georganiseerd voor de mooiste lantaarn, gemaakt met een voederbiet. Massaal trok de lokale jeugd met lantaarn door de brede dreef naar het kasteel. Daar aangekomen stelde meester Frans Elshout de kinderen voor aan de kasteeldame en Sint-Maarten en zijn knecht. De mooiste snijwerkjes kwamen in aanmerking voor de hoofdprijzen (een mooi stuk speelgoed). Meester Elshout en Juffrouw Léonie Keingiaert zelf vormden de jury. Een vluchtig knipoogje tussen de meester en de kasteeldame maakte haar duidelijk of de ouders van de kinderen politiek aan haar kant stonden of niet. Indien niet, dan was een hoofdprijs uitgesloten. Niettemin kregen zij die buiten de prijzen vielen toch wat snoep van de goede Sint.

14. Stropers in het kasteeldomein

Rondom het kasteel lag een heel mooi park van 6 ha met een vijver gevoed door de Scheriabeek. Juffrouw Léonie Keingiaert de Gheluvelt was ook eigenaar van de (aanpalende) bossen: het Carruebos, het Proostdijbos en het Vijverbos. De jachtwachter Emiel Decroix (roepnaam Cyriel) had zijn handen meer dan vol met het opsporen van de vele pensjagers. Die waren er voortdurend op uit om hun graantje mee te pikken van Gods mooie natuur, enerzijds om in de voedselbehoeften te voorzien van de talrijke kroost, anderzijds om via verkoop een centje te kunnen bijverdienen in de armoedige tijden. Emile Decroix was jachtwachter net vóór de Eerste Wereldoorlog en erna. Hij was getrouwd met Emma Gillot en zij baatte na de oorlog de volledig nieuwe herberg 'Het Nieuw Geluvelt' uit, langs de Ieperstraat, tussen de elektriciteitscabine en de tramstatie.

15. De koppendraaier

Bij de terugkeer van de vlucht in 1919, lag Geluveld bezaaid met ontplofte en niet-ontplofte munitie. Naast de zware tol aan oorlogsslachtoffers zou de bevolking nog regelmatig dood en blessureleed moeten ervaren, veroorzaakt door het moordend schroot. IJzerrapen en 'diepgronden' was voor veel teruggekeerden een belangrijke bron van inkomsten. Dit gebeurde meestal in de winterperiode toen de seizoenarbeiders werkloos waren. Veel buitzoekers waren roekeloze koppendraaiers, die het gevaar onderschatten van het afdraaien van een obuskop of het afkappen van een geleidband van een nog op scherp staand projectiel. Veel burgers, natuurlijk alle mannen, de vrouwen waren wijzer, bekochten dit met een afschuwelijke dood of verminking; onder hen helaas veel jongeren. In Geluveld werden in de naoorlogse jaren achttien dodelijke slachtoffers geteld en tientallen anderen werden (ernstig) gewond. Enkelen kwamen 'per ongeluk' om het leven maar de meeste hadden het wel zelf gezocht.

16. Bal op zondagnamiddag

In het interbellum waren er te Geluveld meer dan vijftig café's. Iedere herberg gaf zijn jaarlijkse kermis zodat er toen elke zondag wel ergens leute en vertier was. Op de vooravond werd aan de voorgevel van het café een boomtak, doorweven van kleurrijke papieren lintjes, opgehangen als kermisaankondiging voor de dorpsbewoners. Op de kermis zelf werd telkens een prijskamp ingericht in bollen, kaarten, flessen schieten, vogelpik, velokoers, stiekeme hanenkampen… Het hoogtepunt was het bal op zondagnamiddag. Op de tonen van een accordeon en een trommelaar werd gedanst, vooral gewalst. Om het uur ging een knaap met de 'klak' rond voor wat drinkgeld voor de muzikanten. Op het feest werd soms zoveel gedronken en gemorst door de beschonken kermisvierders dat het bier langs de voordeur naar buiten liep.

Wij zijn nu aangekomen bij het vroegere 'Hof van Commerce' op de hoek van het dorpsplein. Het was er café, feestzaal voor toneel en boogschieting op de liggende wip en schrijnwerkerij, uitgebaat door Henri Simoen, later Charles Verhaeghe en Achiel Dejonghe (Preekheere). Het was er ook lokaal van de schuttersgilde Sint-Sebastiaan. Vandaag is het 'Hof van Commerce-kermis'. Vlieg er maar eens goed in!

Ook jouw informatie is hier welkom, zolang het maar betrekking heeft op (een aspect van) de Westhoek.

Enkele voorbeelden:

  • Jullie organiseren of bezoeken een rommelmarkt, een tentoonstelling, ...
  • Jullie voeren een protestactie voor meer fietspaden in uw gemeente
  • Jullie bedrijf hield een opendeurdag
  • Jullie vereniging organiseert een groot evenement
  • Je grootmoeder wordt 100 jaar
  • Je huwt
  • Je ouders vieren hun huwelijksjubileum
  • Julle krijgen een kindje of een tweeling
  • ...

Foto's en een korte begeleidende tekst kun je steeds doorsturen naar info@westhoek.be

Technische vereisten:

  • foto's: apart doorsturen in gif- of jpg-formaat (max. 400 pixels breed)
  • tekst : in je mailbericht of een Word-document