Je was erbij > Overzicht

Heerlijk Verleden - Zonnebeke - 29/05/2003

Hieronder een fotoverslag van de historische theaterwandeling "Heerlijk Verleden" te Zonnebeke op 29 mei 2003.

Start aan de ingang van het kasteeldomein, langs de Ieperstraat.

1. ABT ALIPIUS VAN LERBERGHE KOMT TE STERVEN

Alipius Van Lerberghe werd op 10 augustus 1790, na het overlijden van abt Hubertus Nuitten, tot abt verkozen van de welvarende Augustijnenabdij. Aan de bloeiperiode van de abdij kwam een einde vanaf november 1792 toen Frankrijk gedurende anderhalf jaar in oorlog was met Oostenrijk om de verovering van Vlaanderen. De Franse soldaten brachten de besmettelijke ziekte bloedloop (dysenterie) in onze streken en de ziekte eiste veel doden waaronder abt Alipius op 9 september 1794. Hij was 58 jaar geworden. Prior Albertus-Joannes Petyt, die de laatste dagen aan het ziekbed van de abt was gebleven, overleed eveneens aan de ziekte twee dagen later. Op 4 februari 1797 werd de abdij door de Fransen afgeschaft, de kloosterlingen verdreven en de bezittingen verbeurd verklaard en verkocht.

2. PASTOOR FATTOU WEIGERT EED AF TE LEGGEN

Petrus-Josephus Fattou, werd geboren te Izegem op 30 september 1754. Hij werd priester gewijd in 1784 als kloosterling van de O.L.V.-abdij van Zonnebeke. Hij werd onderpastoor van de parochiekerk (door de abdij bediend) en vanaf 1 juni 1792 pastoor. De Franse bezetter eiste van de priesters een eed van trouw aan de Staat. Veel priesters waaronder Fattou weigerden de eed af te leggen (en het “Salvum fac” te zingen na een gezongen kerkdienst) hetgeen leidde tot onderduiking, vervolging, deportatie en ballingschap van die priesters. Zij werden Stevenisten genoemd naar hun ‘leider’ Cornelius Stevens. Op 12 september 1812 werd Petrus-Josephus Fattou ontslagen als pastoor. Hij leefde en oefende het priesterambt uit, ondergedoken tot 20 februari 1817, dag waarop hij stierf te Geluwe.


3. DE SPOORLIJN 64 TUSSEN IEPER EN ROESELARE

In 1835 werd in België (en op het Europese vasteland) de allereerste spoorlijn ingereden tussen Mechelen en Brussel. De jaren erop nam het spoorwegennet een snelle uitbreiding. De Westhoek bleef weer eens achter omdat zij te ‘ver’ lag, een uitsluitend agrarisch karakter had en omwille van financiële beperkingen. Nochtans werd reeds vanaf 1837 in Ieper ‘gelobbyd’ om niet achterop te blijven. Het duurde toch tot 1864 voor de exploitatievergunning voor de lijn 64 een feit werd. Twee jaar later werden de werken aangevat. In 1868 werd de lijn Ieper – Roeselare plechtig ingereden. Het belang van de lijn lag hoofdzakelijk bij het vervoer van landbouwproducten (vlas, cichorei, bieten en boter en eieren naar de markten) en bij het vervoer van landbouwarbeiders. De trein kreeg daarom al snel de naam van ‘Kloefetrein’. Bij de aanleg van de spoorlijn was heel wat verzet gerezen uit landbouwkringen. Vele mooie akkers zouden doorkliefd worden, de paarden zouden verschieten en op hol slaan en de koeien zouden uitbreken. Trouwens de stoommachines zouden stof en rook in weiden en velden jagen en de koeien ziek maken zodat ze geen melk meer zouden geven. Ook arbeiders waren niet onverdeeld gelukkig met die trein want hij was voor veel werkmansbeurzen te duur. Er werden zelfs petities opgestart.


4. DE ZIGEUNERS ZIJN IN HET DORP

In de negentiende eeuw kregen onze landelijke gemeenten regelmatig bezoek van liedjeszangers, reizende woordkunstenaars, zigeuners of vagebonden met louche kansspelen (ankers en zunnen). Eerst genoemden waren graag geziene gasten want zij brachten nieuws over land en streek. Ze bezongen de spectaculaire gebeurtenissen als moorden en rampen op heel pathetische wijze maar ook niet-tragische actualiteit, de arme werkman en zijn arme kinderen, duivels en heksen, de liefde, verleidde meisjes, de loting en deserteurs … kwamen in geuren en kleuren aan bod. Zigeuners daarentegen, dat waren anders ‘charels’. Zij waren onbetrouwbaar, deinsden niet terug voor een diefstal meer of minder en waren de meisjesversierders bij uitstek. Op je hoede zijn was de boodschap.

5. WAGENSPEL

Op het erf van burgemeester Constant Van Walleghem zijn rondreizende toneelspelers gearriveerd met hun attributen om een wagenspel te spelen. De hoeve, een der oudste en mooiste van de gemeente, heet ‘Het Westgoed’. Tot 1866 hoorde ook een openlucht briekoven bij de hoeve (aan de linkerkant van de Ieperstraat), maar die moest wijken voor de spoorlijn Ieper – Roeselare. De hoeve was ook gekend als schaapshoeve want Constant had een grote kudde schapen waarvoor hij zelfs een schaapherder in dienst hield. In 1885 werd Constant Van Walleghem burgemeester in opvolging van de liberale burgemeester, kasteelheer Eugène Iweins, die als liberaal, wegens de schoolstrijd, de verkiezingen van 1884 had verloren. Hij bleef burgervader gedurende meer dan 11 jaar. In 1896 overleed hij. De hoevewordt vandaag bewoond en uitgebaat door Joris Van Walleghem – Vergote, afstammeling van de eeuwenoude gekende familie.


6. ODIEL DEFRAYE OP VRIJERSVOETEN

Odilon Defraye werd op 14 juli 1888 geboren in een armoedig arbeidersgezin te Oekene. Vanaf 1902 waagde hij zijn kans in het wielerpeloton, eerst bescheiden, later met nogal wat succes. In 1911 werd Defraye Belgisch kampioen op de weg en in het voorjaar van 1912 won hij de Ronde van België. Tijdens dat unieke jaar won hij als allereerste Belg de tiende Ronde van Frankrijk na 15 ritten en 5.319 km. Hij won eveneens drie ritten. Deze overwinning zorgde voor een nooit geziene volkseuforie in ons land. Sinds kort is hij ‘in kennis’ met Magdalena Stamper, de twintigjarige dochter van Aimé Stamper en Marie Lemahieu, de uitbaters van de slagerij-herberg “In den Slachter” in de Ieperstraat (nu beenhouwerij Vandeputte). Zij huwden tijdens de vlucht te Proven op 13 oktober 1915. Na de oorlog kon Odiel ‘geen platte prijs’ meer rijden.


7. DE TOEBAKPAP

Tot aan de Tweede Wereldoorlog ongeveer, toen de mechanisatie een pijlsnelle vooruitgang boekte, werkten op de hoeve veel arbeidskrachten. Naast de vaste meid, ‘boevers’, ‘poesters’ en andere knechten waren ook veel gelegenheidshelpers en –helpsters te vinden op de hoeve tijdens het wieden en de bietenkap, het oogsten en rooien van aardappelen en bieten en tijdens het (vlegel)dorsen in de winter. Wanneer een belangrijk werk voltooid was zoals het binnenhalen van de oogst was het de gewoonte dat alle helpers door de boer en de boerin werden getrakteerd, meestal op pap en ‘koekestuten’. Het ging er toen heel plezant aan toe. Vandaag is dit ook het geval op de hoeve Dochy. De Dochy’s zijn gekende tabaksboeren en de tabaksoogst is net binnen met het naaien van de laatste ‘ranke’; tijd dus voor de ‘toebakpap’. Zet u gerust bij en deel in de vreugde.

De hoeve is vandaag bewoond door Joan Dochy – Kimpe. Reeds meer dan honderd jaar woont deze familie te Zonnebeke. Voor W.O. I woonde overgrootvader Isidoor Dochy wel iets verder op de huidige hoeve van Paul Vulsteke – Vandenabeele.

8. HUIB HOSTE EN DE WEDEROPBOUW VAN DE KERK

Na de oorlog 1914 – 1918 lag alles in puin in onze gemeente. Met mondjesmaat kwamen de eerste vluchtelingen terug uit Frankrijk vanaf 1919. De jonge Zonnebeekse priester Gerard Lammens was één van de eerste teruggekeerden en werd door het bisdom aangesteld als dienstdoende “front”pastoor. In de frontstreek werden per twee of drie gemeenten een architect aangesteld om de wederopbouw in goede banen te leiden. Voor onze gemeente (en Geluveld en Geluwe) was dit Bruggeling Huib Hoste vanaf 10 juli 1919. Lammens gaf hem de opdracht een nieuwe Romaanse kerk te bouwen. Hoste slaagde er in zijn revolutionaire ideeën over bouwen (opgedaan in Nederland) in zijn plannen uit te drukken en te laten goedkeuren door het gemeentebestuur. Ruimte, zichtbaarheid, soberheid, rondbogen, symmetrie, stapeling en ineenstrengeling van kubistische vlakken en volumes, de toren naast de kerk, gebruik van gewapend beton… waren opvallende vernieuwingen. De kerk van Zonnebeke is een grote uitzondering in de wederopbouw. Overal liet men zich leiden door vals romantisme en maakte men kopieën van de vooroorlogse kerk. Het spreekt dan ook voor zich dat Hoste heel wat tegenwind kreeg, zelfs hoe langer hoe meer van pastoor Lammens.


9. IN HET CAFE VAN MATE PATEE

Net voor het station en de spooroverweg in de Langemarkstraat staat rechts (komend van Langemark) de statige woning-herberg van dorpssmid Arthur Vandenbussche. Vóór de deur lag een weegbrug want Zonnebeke-statie was een belangrijk knooppunt van agrarische bedrijvigheid. Echtgenote Irma Saelen hield het café “De Hertog van Brabant” open. Tuurten en Mate waren volkse mensen en er zat altijd volk aan den toog, ook vaak stationspersoneel. Vooral bareelwachter Doren Collet (eigenlijk Isidoor Tahon) was er niet weg te slaan. Op een dag hadden Tuurten en Mate een varken laten slachten. In het café kon kletswijf Mate dit natuurlijk niet verzwijgen en dat in de kelder een kom paté van wel elf kilo stond. Tuur at dat toch zo graag! ‘s Anderendaags was de kom helemaal leeg, je moet niet vragen. Mate kon er niet mee lachen en verdacht (terecht) de late tooghangers. Ze riep er garde Pouders bij om een onderzoek in te stellen. In geen tijd wist gans het dorp van de ‘verschrikkelijke’ diefstal en de drinkebroers hebben er zelfs een spotliedje over gemaakt. De naam Mate Patee is voor altijd de hare gebleven.

10. PASTOOR LAMMENS TOONT ZIJN NIEUWE ST.-LUCASSCHOOL (jaren '20)

Eén der eerste bekommernissen van pastoor Lammens na de oorlog is het oprichten van een parochiaal centrum. In februari 1920 koopt hij een hoeve en weide, gelegen achter het voormalig gemeentehuis en voor de oorlog bewoond door de familie van Charles Vandorpe. Voor 300.000 BEF laat hij er een toneelzaal op bouwen van 30 meter op 10 meter, met fondsen die hij verzameld heeft in Parijs en Angers met bedelsermoenen. Het gebouw is voltooid in mei 1921 en de zaal wordt tijdelijk als noodkerk gebruikt. Tot dan werden de kerkdiensten gehouden in een barak die als veldhospitaal had gediend tijdens de oorlog. Da barak stond aan het station. De bovenverdieping wordt bibliotheek en vergaderruimte. Vanaf mei 1921 begint aannemer D'Herck nu aan de St.-Lucasschool. De plannen zijn geïnspireerd op de stijl van het vroegere gemeentehuis. Het complex omvat een ruime werkplaats en drie klaslokalen en een brede inrijpoort. Vanaf oktober 1922 start de avondschool in deze klaslokalen.

11. DE LIFT TIJDENS DE BOUW AAN DE KERK BREEKT (1924)

Op paaszaterdag, 12 april 1924, over de middag hadden de Waalse metsers van de kerktoren in café "Sint-Hubert" bij Pol Hoflack ferm gevierd om de voltooiing van hun werk. In de namiddag besloten de beschonken arbeiders en enkele dames "de mei" op de kerktoren te plaatsen. Ze stapten in de ophaalbak in de toren en de machinist, Gaston Vermote, zette d elift in beweging met daarin zeven personen en enkele flessen champagne. Op ongeveer 20 meter hogte plofte de houten bak naar beneden; d ekabel had het begeven. Het resultaat was catastrofaal. Er waren vier doden, de metsers Maurice Ligot en Mathy Waldon en de plaatselijke herbergiersters Sylvie Carpentier en Marie Samyn. Metser René Mathy overleed de nacht erop in de kliniek te Roeselare en ruim twee jaar later overleed Emma Noyeze aan de gevolgen. Alleen Madeleine Lehouck, echtgenote van René Mathy, overleeft de ramp. Kort na het ongeval zag de omgeving van de kerk zwart van de nieuwsgierigen. De commentaren waren vernietigend voor de fuivers, de pastoor, de architect, de aannemer en de machinist.

12. DE PROCESSIE (EIND JAREN ‘20)

Tweemaal per jaar trok een processie door de straten van ons dorp: de Sacramentsprocessie op de zondag vabn Sacramentsdag en de O.-L.-Vrouweprocessie op halfoogst. De processies werden bevolkt door de schoolkinderen, d eleden van broederschappen en congregaties en sociale en culturele verenigingen. Er werd verzameld in de Ieperstraat bij het klooster, waar ook de processieklederen bewaard werden. Met de fanfare voorp trok men naar de dorpsplaats. De straten werden bestrooid met bloemblaadjes en stukjes lisstengel. Voor hun woning langs het parcours plaatsten de mensen een tafeltje met wit doek, waarop een kruisbeeld of het Heilig Hart stond tussen twee brandende kaarsen. Langs het herenhuis Comyn liep het parcours rechtsaf omhoog via een aardeweg, Processieweg genoemd. Bij de eerste bocht stond een kapelletje, 'Comyns kapelletje' (nu garage van Dirk Dutry). Vóór de kapel werd telkens door Comyns werklieden een rustaltaar getimmerd van waarop de pastoor de "bendictie" gaf met het Allerheiligste. Daarna liep de processie verder langs de Maagdestraat en de Roeselarestraat naar de kerk.

13. BARON IWEINS OP JACHT (ROND 1930)

De Foreststraat loopt langs de "campagne" van baron Iweins. Een eindje verder rechts tussen de bomen staat inderdaad het kasteel van baron Emmanuel Iweins midden een park van in totaal 11 ha groot. Kasteelheer Emmanuel Iweins, is de zoon van een voororlogse liberale burgemeester Eugène Iweins. Hij had nog een oudere zustere Ida, die later een befaamde kloosterzuster werd in "Onze Kinderen" te Rumbeke. Emmanuel werd geboren op 24 januari 1881. Voor de oorlog richtte hij samen met de plaatselijke smid Charles Vanbiervliet een steenbakkerij op, op zijn landerijen in de Beselarestraat (nu Dr. Berten Pilstraat). Charles Vanbiervliet zou later zijn schoonvader worden want in 1910 huwde hiij met zijn dochter Elvire-Marie-Joseph. Na de oorlog liet Emmanuel het kasteel herbouwen in Normandische stijl. In tegenstelling tot zijn vader liet hij zich niet in met dorpspolitiek maar des te meer met pesterijen tegen Jan en Alleman. Zowat iedereen was voor hem verdachte van regelmatige stropjachten in zijn kasteeldomein. Ook had hij een gloeiende hekel aan kwajongens die het aandurfden een vogelnest te roven of kastanjes te rapen op zijn terrein. Hij ging hen te lijf met de "klakkebusse"".

14. BINNENKOMST IN HET KASTEEL (ROND 1930)

Door een dienstjongen worden we via de personeelsingang binnen in het kasteel geloodst, een voorrecht die weinigen te beurt valt. Door de keuken komen we in het salon waar we verwelkomd worden door de baronnes. Zij is een zeer innemende vrouw, zeer katholiek en ze is vaak verontwaardigd over het gedrag van haar man baron Emmanuel Iweins. Maar ja, zoals overal in die kringen: "Sois belle et tais toi". De barones is zeer beleefd en vriendelijk en vergaste de deelnemers met een schuimend abijbiertje.



Een hele dikke proficiat aan de organisatoren, de acteurs en iedereen die meewerkte aan deze organisatie.

Ook jouw informatie is hier welkom, zolang het maar betrekking heeft op (een aspect van) de Westhoek.

Enkele voorbeelden:

  • Jullie voeren een protestactie voor meer fietspaden in uw gemeente
  • Jullie bedrijf hield een opendeurdag
  • Jullie vereniging organiseert een groot evenement
  • Je grootmoeder wordt 100 jaar
  • Je huwt
  • Je ouders vieren hun huwelijksjubileum
  • Julle krijgen een kindje of een tweeling
  • ...

Foto's en een korte begeleidende tekst kun je steeds doorsturen naar info@westhoek.be

Technische vereisten:

  • foto's: apart doorsturen in gif- of jpg-formaat (max. 400 pixels breed)
  • tekst : in je mailbericht of een Word-document

Foto's en teksten die niet voldoen aan deze voorwaarden zullen systematisch geweigerd worden.