Je was erbij > Overzicht

Heksenstoet - Beselare - 29/07/2001

Hieronder vindt U een fotoreportage van de 37e Heksenstoet in Beselare op zondag 29 juli. Een prachtig verzorgde stoet met meer dan 50 groepen en enorm veel figuranten. De Heksenstoet stond onder de regie van Jan Bonne. Ook deze editie kon rekenen op een massale publieke belangstelling. Een dikke proficiat aan de organisatoren, de figuranten en iedereen die heeft meegewerkt aan deze Heksenstoet.

Deel I: Het markiezaat

Koninklijke Fanfare De Ridder Jans Zonen (Dadizele)

Edelen met Standaard
Beselare mocht sedert 10 maart 1953 het wapen van de markgraven Vanderwoestine, dat ook in de vlag werd verwerkt, gebruiken.

Oud gemeenteschild met groep Thebaanse trompetten uit Aartrijke. Schildknapen dragen de wapens van de vroegere heerlijkheden: "De Groote Vierscaer", "Heulaert", "Langen Hessel" en "Navegheer".

Koets met markies en markiezin
omgeven door lakeien en dansgroep Hugo Persyn uit Brugge. Een evocatie van de praal uit vroegere eeuwen.

Hofgezelschap
Terwijl de kasteelheer op jacht trekt, vermaken acrobaten, jongleurs, vuurspuwers en een valkenier de gasten op het kasteel.

Kasteelwagen
omgeven door leden van de schuttersgilde.
In 1428 gaf Philips De Goede de toelating tot oprichting van de Beselaarse St.-Sebastiaansgilde. Deze vereniging is één van de oudste van België.

Flemish Caledonian Pipes & Drums 'Clan McKenzie' uit Gent.

Deel II: De heks in het sprookje

'Hansje en grietje'
Een prachtig peperkoeken huisje met ... de heks.

De heksenkring
met de fee, de prins en spelende kabouters. Onze voorouders geloofden dat een heksenkring - een kring met paddestoelen van dezelfde soort in bos of grasland - de plaats was waar de heksen op nachtelijke bijeenkomsten hadden gedanst. Hier brengt één goede paddestoel met fee en prins beschutting voor de kabouters.

'Sneewwitje en de zeven dwergen'
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de moosite van heel het land ?

Deel III: Heksenfolklore in Beselare

'De heks, onze glorie', met Tros Danscompany uit Wervik
De bijnaam van Beselare is'Toveressenparochie', een echte eretitel. Al meer dan 30 jaar geven honderden inwoners van dit dorp, enkel met eigen middelen, het beste van zichzelf om de 'HEKS', zoals ze bij het volk leefde, gestalte te geven. Als blijvend aandenken aan deze titel schonken de Zonnebeekse Heemvrienden in 1988 aan de Beselaarse bevolking HET HEKSENMONUMENT.

Fyte Kwick (reuzin)
Ze woonde in een verrotte stulp aan de rand van het 'Vuylewaesbusch'. Met Bâmis 1699, het jaar dat de pestziekte veel slachtoffers maakte, was ze daar toegekomen. Niemand wist vanwaar ze kwam, een miswassen en verschrompeld schepsel, haar gezicht een derde te lang, men hoorde haar 'asem' piepen van op een boogscheut afstand, zo geweldig aamborstig was zij. Fyte Kwick was een waarzegster. Ze kreeg veel vreemd bezoek, vooral bijgelovige mislukkelingen kwamen bij haar te rade. Door die kunst werd ze bij de toveressen gerekend die een akkoord met de duivel hadden aangegaan. In de winter 1739-40 is Fyte plots verdwenen, zonder het minste teken van leven achter te laten. Het 'Vuylenwaesbusch' is in de Eerste Wereldoorlog verdwenen en niet meer herplant, maar voor de oorlog woonde daar een bejaarde boerenwerkman E.B., die nog de plaats wist aan te wijzen waar Fyte Kwicks stulpje had gestaan. Het stond op een driehoekig stuk grond van een tiental meter, overgroeid met biezen, duivelsklauw en kwikkruid dat men vruchteloos probeert uit te roeien. Duivelsklauw kan gebruikt worden als bloedstelpend middel. Uit kwikkruid worden geneesmiddelen gemaakt, onder meer kwikzalf, gebruikt tegen het schurft. Vandaar zal ook wel haar lapnaam 'Fyte Kwick' afkomstig zijn.

Roste Wiesten van de betoverde molen
De houten Bergmolen (later vervangen door een stenen, vandaar ook de huidige 'Steenmolenlaan') kreeg de naam van 'betoverde molen' omdat toveressen er 's nachts bijeen kwamen om er hun beruchte heksenketel te stoken. Het was er - vooral bij winderig weer - een nachtelijk 'gerottekot' en meer dan eens was het meel vergiftigd door ... 'duivelspoerke'. Niemand wilde daar bnog molenaar zijn en zo was Louis Reuze, in de wandel 'Roste Wiesten', er de laatste molenaar.

Clette 't Aendegat (reuzin)
Haar echte naam was Coleta Vandendycke - ze was immers gevonden langs de 'stratendijk' bij het 'Crampebusch'. Later woonde ze bij de 'Gavermeerschen'. Het was een 'teilematooie' (= belachelijk opgetooide vrouw) met een gegoten 'zeemtote'. In haar baalschorte zat er altijd een pulleke met toverdrank, een afkooksel van 'rode smerte' en 'siljadoone' en op haar rug droeg ze een wissen mande om 'overscheuten' (=overschot) en brokkeling van brood in te bergen voor de 'keuns' die ze kweekte. Het was wel een heel speciale soort konijnen ... met drie oren. Vrouwen in verwachting haasten zich een greep zout aan de deur te leggen. Dat hield het kwaad tegen.

Volksspreuk "Remedie voor 't goe were"

De heksenkeuken
In iedere keuken loopt er al eens iets mis

Tanneken Vanhulle (reuzin)
Ze bewoonde haar eigendom 'den Slangemeersch' aan het gehucht 't Vergif. In haar schortenzak had ze een 'dozeke ... slangenzalf'. Waar ze kwam, zaten de doeken van 't kind vol teenbijters of vonden ze orenkruipers in de wieg. Zijzelf zou aan haar einde gekomen zijn door de beet van een giftige slang.

De witte dame uit de Beukendreve
Op weg naar het kasteel lag een machtige 'beukendreve'. Na de brand en het verval rond 1800 durfde niemand daar nog 's avonds alleen voorbij gaan. Eerst rond de ruïne en daarna in de dreve konden ze witte dames, ook 'witte ieffrouwen' genaamd, bij maneschijn zien zitten kaarten, wijn drinken en ook dansen. Begin deze eeuw rooide men de vermaarde 'beukendreve'... en ook de witte spookverschijnselen bleven achetr. Maar bejaarde mensen uit de streek konden daar boeiend en smakelijk over vertellen (naar Lodewijk de Wolf).

Calle Bletters (vliegende reuzin)
Haar ware naam was Katrien Belettere, dochter van smid Pieter uit de 'betoverde smesse' in de Wervikstraat. Calle leerde haar kunsten uit een groot toverboek. Ze kon de paarden schuw en koppig maken., zodat die weigerden te werken, tot wanneer ze belezen werden. Maar de boer maakte geen probleem.

Volksspreuk

Meele Crotte (reuzin)
Zij was portierster op het kasteel. Als de Markies niet thuis was, zond ze de schooiers schimpend weg met de woorden: 't Es crotte. Op het kasteel had ze een grote kennis van kruiden en planten opgedaan en ze kweekte vooral reuzenpaddestoelen. Ze verwierf grote vermaardheid als 'karrelapster', maar ze kwakzalverde zodanig dat er op de duur meer geiten stierven dan dat ze er genas.

Babbe van D'eijer Panders (wagen)
Barbare woonde in een klein huizeke nabij een klein bos op de weg naar het kasteel. Daar moesten de inwoners hun belasting in natura afgeven en alles werd er in manden en panders verzameld. Het bosje kreeg dan ook de naam 'd'Eijer Panders'.

Bereiden en toedienen van het heksenbrouwsel
Naast liefdedranken zijn er ook afkooksels van kruiden met heilzame, soelaas brengende en geneeskrachtige effecten. Eén van de meest gewaardeerde 'uytghelesene ende krachtige' remedies is deze tegen de 'verstoptheden des ingewandts' die 'veroorsaeckt eenen sachten kamerganck'.

Proeven het heksenbrouwsel
'Langsaem ghieten in de monde ende drincken naar smaecke'. Gezondheid, onder muzikale begeleiding van de Koninklijke Fanfare St.-Cecilia uit Zonnebeke.

Volksspreuk

Dokke van d'Heulebeke (reuzin)
begeleid door zigeunermuzikanten, de groep Graffiti.
Ze woonde langs de 'Mispelaerebeek' en was vermaard als kaartlegster en handkijkster. Het liep in het woord dat ze met de duivel omging. Toen ze stervende was, zat er aan het einde van haar bed een zwarte geit. Toen ze niets meer hoorden en durfden binnengaan, vonden ze Dokke morsdood, het hoofd achterste voren gekeerd. De duivel had haar nek omgedraaid. ... 's Nachts laaide heel het kotje af, met het lijk van Dokke erin. Niemand durfde het ooit nog aan daar een huis te bouwen.

Leeme Cadul (reuzin)
Een lange, magere heks, altijd en overal met een valse witte kat. Kinderen die met haar kat in aanraking kwamen, mergelden uit en kwijnden weg.

Chirurgen en alchemist
De goede heksenmeester Merlijn en zijn assistenten behandelden de betoverde kinderen.

Volksspreuk

Treze Belle (reuzin)
Ze woonde in 't Hoenstraetje en leurde met galgenjongen en allerlei verdachte waren. Ze was bij wet verplicht haar bezoek met een handbel aan te kondigen. Op die manier konden de moeders tijdig hun kinderen in veiligheid brengen, om zeker niet met haar in aanraking te komen.

Bij de duivel te biechte gaan
Een bekende spreuk temidden van dit heksengedoe, meer dan geestig uitgebeeld.

Sefa Bubbels (reuzin) met bezemdanseresjes
Jozefa Bubbels is DE HEKS der heksen in Beselare. In de eerste stoet trok ze allen op als 'ferme klosse', breedgeschouders, 'streus' en sterk als een eikenboom. Achter haar rug noemde men haar 'de Reuzenheks'. Andere toveressen spraken over 'onze meesteresse". Een keurige groep bezemdanseresjes begeleiden haar op deze hoogdag van de Toveressenparochie, samen met de Koninklijke Harmonie St.-Cecilia uit Beselare.

De vliegende bok van de laatste Duitse schaper (geen foto).
In 1820 telde men in Beselare 183 schapen en twee schapenhofsteden. Eén daarvan was die van Pieter Vermeulen-Drouillon, grootouders van de volksschrijver Edward Vermeulen. De schapen werden verzorgd en gedreven door 'Duitse schapers', zo genoemd omdat ze meestal uit Limburg of Pruisen afkomstig waren en hier ook gebruik maakten van 'Duitse schapershonden'. Op die schapenhoeve belandde omstreeks 1820 Carolus Ludovicus Dornheim, afkomstig uit Pruysschens Pommeren. Hij kreeg meteen de naam van 'Duitse schaper' vanwege zijn eigenaardige kledij en het kleine (tover)boekje dat hij altijd in zijn eetzak had. Hem werden allerlei verdachtmakingen en tovertoeren aangewreven. Zag men hem een tijd lang niet, dan kon het niet anders of hij was op een bezem of een vliegende bok het verre Pruisen gaan bezoeken. Met de levensgrote bok wordt het uitzonderlijk luchttransport mogelijk gemaakt.

De vliegende geit
Het gebeurde voor het laatst in 't jaar 1905-06. Op een avond in de 'goëweke' hoorden de bewoners van de Keiberg een klagend geblaat, gelijk van een geit in 't lammeren. Dat geblaat konden ze op verschillende afstanden horen, nu eens dichtbij, dan weer verderop. Ze hoorden het verschuiven en vervliegen, dagen na elkaar en telkens 's avonds. Mensen op jaren zeiden: 't Is de vliegende geete die were komt. Het moet omtrent haren tijd zijn, van de jaren zeventig (1870) is 't geleën, w'hebben ze toen ook weten komen..'. Het duurde niet lang vooraleer de 'mare' de parochie rondliep. Heel het omliggende kwam op de been, honderden en honderden mensen van Geluveld, Zonnebeke, Moorslede ... en ook van verder. Ze moesten 'wachten' aanstellen, politie en gendarmen bijeenroepen om het volk van de 'bezaaiten' tegen te houden. Als herinnering aan dit verhaal heeft de heer Guillet aan de voet van de Keiberg een herberg neergezet, die de Vliegende Geit werd genoemd. Deze herberg bestaat nu niet meer.

Deel IV: Heksenhoogfeest en heksenveroordeling

Tussen twaalf en een zijn de heksen op de been
Als de klokken in de kerktoren om middernacht bleven luiden, dan was er geen twijfel: de heksen waren op weg naar hun nachtelijke bijeenkomsten.

Oproep tot de heksensabat
De duivel richt zich tot zijn onderdanen. Als ultiem bewijs van trouw kussen de heksen zijn achterwerk.

Walpurgisnacht
Hekserij werd ook als een soort ritus beschouwd, waar tijdens geheime bijeenkomsten seksuele orgieën werden gehouden. Lieftallige heksen komen nu voorbij in gezelschap van de duivel, want zij trekken op naar de Walpurgisnacht. Dit is de nacht van 30 april op 1 mei. Dan kwamen alle heksen in het 'Brokkengebergte' (net achter het IJzeren Gordijn) samen om pasgeboren kinderen aan de duivel te offeren.

Hels kabaal
Met Percussiegroep Batidah uit Zonnebeke.

Het heksengavng
De afzondering was de eerste fase van een verdachtmaking of beschuldiging van hekserij en slechts de voorbode van gruwelijke folteringen die echte of vermeende heksen moesten ondergaan om hen tot bekentenissen te dwingen of medeplichtigen te verklikken.

De heksenwaag
Een andere, minder gruwelijke manier om te ontdekken of ze met een heks te doen hadden, was een weegproef. Ze schatten het gewicht dat een persoon van die grootte normaal had. Was de gewogene te licht, dan was het ongetwijfeld een heks. Als toegevoegd gewicht werd meestal een bijbel gebruikt.

De heksenveroordeling
Rechters, beklaagden, getuigen en toehoorders stonden in een vierkant rond de wetstafel onder een boom met dichte kroon. Er waren dus vier scharen van mensen opgesteld, vandaar ook de naam 'de vierscaere'. Het opschrift 'De Groote Vierscaere' boven de tribune is een verwijzing naar dit historische gebeuren. Zoals het bestuur van het dorp in het verleden over de heksen oordeelde, zo trekt de stoet vandaag aan het kritische oog van overheid en toeschouwers voorbij.

Uitvaart van Sefa
Sefa Bubbels werd niet veroordeeld. De hekserij in Beselare berust enkel op bijgeloof en legenden. Niemand wilde Sefa begraven, daarom werd ze met de Wytewagen van het kasteel te grave gevoerd. Enkele rouwende heksen en de Koninklijke Fanfare St.-Cecilia uit Zonnebeke begeleiden haar op haar laatste tocht.

Bezempaarden sluiten deze prachtige stoet af.

Ook jouw informatie is hier welkom, zolang het maar betrekking heeft op (een aspect van) de Westhoek.

Enkele voorbeelden:

  • Jullie voeren een protestactie voor meer fietspaden in uw gemeente
  • Jullie bedrijf hield een opendeurdag
  • Jullie vereniging organiseert een groot evenement
  • Je grootmoeder wordt 100 jaar
  • Je huwt
  • Je ouders vieren hun huwelijksjubileum
  • Julle krijgen een kindje of een tweeling
  • ...

Foto's en een korte begeleidende tekst kun je steeds doorsturen naar info@westhoek.be

Technische vereisten:

  • foto's: apart doorsturen in gif- of jpg-formaat (max. 400 pixels breed)
  • tekst : in je mailbericht of een Word-document

Foto's en teksten die niet voldoen aan deze voorwaarden zullen systematisch geweigerd worden.